vrijdag 1 maart 2013
De schildpad treft geen schuld
Foto: ekenitr
Onze onderburen hebben een schildpad. Hadden een schildpad.
Een schildpad hebben is niet problematisch op zich. Schildpadden zijn ongevaarlijk. Ze kakken in een terrarium, eten sla of plastic zakjes. Maar onze onderburen (het type buren dat in een stinkende grot zonder ramen leeft en waar je af en toe medelijden maar vooral problemen mee hebt), zij hebben de gewoonte hun schildpad uit te laten in de gemeenschappelijke gang. Problemen.
Niet alleen omdat de gang dan vol plastic zak -en kakjes ligt. Ook omdat je met ochtendprut in je ogen niet oog in oog met een griezelig bejaard dier wil staan. Bij de gemene blik van zo'n strompelend fossiel krimp je als vergankelijk mens in elkaar. De dag beginnen als een verwelkt blad sla is voor niemand leuk.
Bovendien zijn schildpadden kampioen in camouflage, met schildpatronen die niet veel verschillen van de doorsnee gangtegel. Voor je het weet kets je dat schild tussen de muren richting de voordeur. En krijg je de ongezellig dikke onderbuurvrouw op je dak. Dus schuifel je op kousenvoeten naar de bakker en tippel je na het werk door de gang om het ondier niet voor de voeten te lopen.
Met de kuren van je buren leer je leven.
Toen er een paar weken geleden aangebeld werd, en ik enthousiast de trap afstormde, checkte ik dan ook meteen of er een schild op mijn pad lag. De gang was vrij. Ik opende de voordeur met een ruk, en voelde ze even hard dichtsmakken. Het is een oude deur, dacht ik, en ook die hebben kuren. Waarop ik ze zo fel openrukte dat ik het hout hoorde versplinteren op wat een tussen deur en muur geprakte tegel leek. Problemen.
maandag 18 februari 2013
Hamster Rave schreef een novelle: Vis moet zwemmen
Ik schreef een novelle in opdracht van het Europees Sociaal Fonds - Agentschap Vlaanderen & Ideeweb.be. Je kan Vis moet zwemmen hier doorbladeren of downloaden als pdf. Gedrukte exemplaren op aanvraag.
Korte inhoud
Leon Casal verkoopt sinds jaar en dag tegelspreuken op de dorpsmarkt. Poltronvil hangt van boven tot onder vol met spreekwoorden en zegswijzen van zijn hand. Meer is er niet te lezen in het dorp en dat hoeft ook niet voor de grijze marktkramer: Leon heeft een broertje dood aan verandering. Wanneer hij zijn tegels echter aan de straatstenen niet meer kwijt geraakt, moet hij met zijn volkswijsheden de boer op.
vrijdag 3 augustus 2012
Ricardo van Bar Los Amigos
Ricardo Aguëro (75) baat al 25 jaar een café uit in de volkse wijk Balvanera, in hartje Buenos Aires. Bar Los Amigos is een van de vele 'parrillas' in de stad, waar mensen onder de middag een 'chorizo' (broodje met worst) komen eten, en vaste klanten van Ricardo's leeftijd hun 'cafe con leche' (koffie met melk) komen opslurpen.
Veel zijn dat er overigens niet. De meeste bezoekers komen voor de telefoonhokjes in de bar. Ricardo werkt van maandag tot zondag, van acht uur 's ochtends tot acht uur 's avonds. Zijn blauwe auto, ouder dan zijn café, gebruikt hij ook als verhuiswagen. Niet te vaak, want er zouden eens klanten moeten komen...
dinsdag 6 maart 2012
De klim
De klim
Lees jezelf omhoog
stijg om te dalen
vertrouw het touw
grijp de woorden aan
dans van rechts naar
links van zin naar zin
hou vast wat lost
denk win lees klim.
maandag 21 november 2011
8 redenen waarom ik niet meer geschreven heb
Sinds ik A voor B verruilde, kwam de klad in dit blad. Minder kantjes. Minder scherpe randjes. De laatste maanden zelfs helemaal geen hamsterzaagsel meer. Ik verklaar me (hem) nader, met 8 hoogstpersoonlijke redenen waarom ik niet meer geschreven heb:
1. De drang om rare verhalen uit den vreemde te brengen, is wat gaan liggen. Na een zekere tijd in het buitenland vervlaamst het exotische natuurlijk: een palmboom is en blijft een boom.
2. Bovendien vervreemdt de Vlaming zelf. Vindt hij het raar om over de oceaan te blijven pennen voor de achterblijvers. Schrijven is blijven en dat heb ik niet gedaan.
3. Om een blog te doen draaien, moet je publiceren. Daar draaide ik mezelf teveel in op. Mijn dag begon met een angstige blik op de bezoekersaantallen en eindigde met een goed gevoel over een 'like' op Facebook.
4. Ik schrijf tegenwoordig elke dag, voor mijn job. Als copywriter en journalist bedenk ik leuke slogans of koppen. Soms blijft er niet zoveel leukheid meer over op het eind van de dag.
5. Ik schrijf ook op een ander. Op Tumblr, een sneller en groener blad dan Blogspot. Over alles waar Hamster Rave in Buenos Aires op botst of over struikelt. In het Spaans (zie reden 2), en over fotojournalistiek (zie reden 6). Het is meer 'sharen' (doorverwijzen met een snelle klik) dan delen (zwoegen om een stukje van mezelf in een leuk stukje te steken), dat geef ik toe (zie reden 8).
6. Ik zeg het met beelden. Meer en meer. Sinds ik hier de opleiding fotojournalistiek begon, hang ik meer rond a) op straat, op zoek naar de foto van de eeuw, b) op Flickr, om de weg naar de eeuwige roem te documenteren.
7. Volgens een vriend ben ik minder boos dan vroeger. Minder razend op de wereld of verontwaardigd over zijn bewoners. Dat kan, maar omdat dat teveel klinkt als een inslapende dertiger (zie ook reden 8), zal ik dat nooit of te nimmer toegeven. Fuckers!
8. Ook van de laatste reden hoop ik dat ze niet waar is: ik heb een lief en woon ermee samen. Schrijven om te rijven is voorlopig niet meer nodig. En de dieprode twijfels en lichtroze vreugdes verhuizen van het internet naar de ontbijttafel.
Moeten we Hamster Rave begraven? Dat lijkt me voorbarig. 't Is een winterslaap of een metamorfose misschien.
De aard van 't beestje kennende, is het laatste hiermee nog niet gezegd.
zondag 7 augustus 2011
Geen pech maar pizza

Een andere bus op de langste straat van Buenos Aires (Hamster Rave).
Vier pinkers. Op de langste straat van de stad staat een bus dubbel geparkeerd. Geen autopech, neen hoor. De maag van de chauffeur was toevallig even leeg als zijn bus toen hij voorbij een pizzatent met promoties reed. Even snel een vierkazen voor boven het stuur: een rondje geluk.
zondag 31 juli 2011
donderdag 30 juni 2011
Een Belgische asbestberg in Argentinië
Gepubliceerd door Sam Verhaert op 30 juni 2011 in de Apache rubriek Fotoreportage, Nieuws, Reportage. Oorspronkelijke artikel vind je hier.
Niemand keek ervan op toen eind jaren negentig tienduizend met bouwafval gevulde vrachtwagens door de buurt reden. In González Catán, op veertig kilometer van Buenos Aires, was afval een onderneming als een andere. Het bijzonder transport van Eternit Argentina S.A., een filiaal van de Belgische multinational Etex Group, reed tussen de rookpluimen van de officiële en clandestiene stortplaatsen door.
Aan een uitgegraven kuil, een hectare van zeven meter diep, hielden ze halt om er tienduizenden kubieke meters met asbesthoudende golfplaten, leidingen en cementresten in te kieperen.
Er ging een zeil overheen en niemand keek er meer naar om. Maar afval trekt afval aan. Bewoners ontdekten het asbeststort eind 2010 en informeerden gemeenteraadslid Lobos. Twaalf jaar na het begin van de stortingen voeren ze, samen met Greenpeace, actie.
Groeiende berg
“Zie je die muur?” vraagt raadslid Edgardo Lobos. “Die heeft Eternit hier deze week gezet, nadat ik klacht indiende en Greenpeace het verhaal aan de grote klok hing. Daarvoor werd het terrein enkel afgespannen door een draad. Er was niet eens een gevarenbordje. Iedereen kon hier zomaar binnen en buiten.”
Hij wijst naar het bultige, overwoekerde terrein achter de muur. “Dit is een ‘beveiligde opslagplaats’ voor asbestresten, una celda de seguridad. Vreemd genoeg is de berg met de jaren blijven groeien. Het bouwafval is blootgesteld aan de weerselementen. Op een paar honderd meter hiervandaan liggen vier woonwijken en asbestvezels hou je niet tegen met een muur.”
“Dat klopt,” zegt asbestexpert Eduardo Rodríguez. “Het inademen van een minimale hoeveelheid microscopische vezels kan dodelijke ziektes als longkanker, asbestosis en mesotelioma veroorzaken, zelfs tientallen jaren later.” Volgens de dokter is er geen vuiltje aan de lucht zolang de viezigheid zorgvuldig is begraven. “Maar als dat niet het geval is, zoals Greenpeace zegt, dan heeft González Catán er een probleem bij.”
Helikopter
González Catán is een dramatisch uit zijn voegen gebarsten dorp – even groot en dicht bevolkt als de stad Luik – dat tegen Buenos Aires aanschurkt. Maar voor de bewoners is de Argentijnse hoofdstad ver weg: “God is overal maar doet zijn zaakjes in de hoofdstad,” zegt één van hen. De skyline van González Catán wordt gemarkeerd door de groene vuilnisbergen van één van de grootste storten van de hoofdstad.
Het dorp is één van de vergeten steden in het stroomgebied van de Matanza-Riachuelo. In dit niemandsland wonen vijf miljoen inwoners? Dat is twaalf procent van de Argentijnse bevolking. Meer dan de helft van hen heeft geen riolering. Decennialang loosden leerlooierijen, papierfabrieken en andere industrieën ongestraft hun chemicaliën en zware metalen. De industrie, de bewoners en de opslag van vuilnis maakten het stroomgebied tot één grote risicozone in de achtertuin van Buenos Aires.
Om het probleem in la capital op tafel te krijgen schakelden raadslid Lobos en de buurtbewoners de hulp en de camera’s van Greenpeace in. De milieubeweging kwam zelf bodemstalen nemen en in februari 2011 cirkelde er een helikopter boven het veld. Een spandoek waarschuwde voor ‘Gevaarlijk Afval’.
Tien bodemstalen
“We vonden bouwresten tot aan de kant van de weg,” zegt campagneleider Consuelo Bilbao van Greenpeace, “terwijl de wet zegt dat er een veiligheidsperimeter van vijftig meter rond het stort moet zijn. Eternit dekte het asbestafval wel af met een plastic membraan, maar dat zit slechts zestig centimeter diep onder de grond in plaats van de vereiste twee meter. En in de beschermende grondlaag die daarboven werd gestort vonden we eveneens asbest. Het Nationaal Instituut voor Industriële Technologie (INTI) en een gespecialiseerd laboratorium in Texas, bevestigden in zeven van de tien bodemstalen dertig procent chrysotiel (witte asbest, nvdr).”
“Dat is vrij hoog,” geeft Karel De Wilde, persvoorlichter van Etex Group, aan de telefoon in Brussel, toe. Maar zolang de vezels ingekapseld zitten in het beton is er volgens hem geen gevaar. “De storting gebeurde volledig volgens het boekje.”
Het boekje
Maar wat zegt het boekje eigenlijk over tachtigduizend ton asbestafval? Volgens de milieuwetgeving van de Provincie Buenos Aires hoort het giftig goedje thuis in een ‘beveiligde opslagplaats’. Oorspronkelijk lag het asbestafval midden in de woonwijk San Justo, 15 kilometer verder. Toen Eternit de fabrieksterreinen in San Justo van het bedrijf Monofort overkocht in 1989, kreeg het bedrijf er die afvalberg bij.
Die moest daar weg. Wat ooit werd aangeprezen als hittebestendige en nimmer verslijtbare vezels – asbestos is Grieks voor onvernietigbaar – verhuisde uiteindelijk van San Justo naar de vergeetput van het meer landelijke González Catán.
“Eternit heeft veel geïnvesteerd om van dat afval af te geraken,” zegt dokter Rodríguez. “De onderneming kende de gevaren van asbest. In verschillende landen spanden asbestslachtoffers immers processen aan. Bovendien wisten ze dat ik, in opdracht van het Ministerie voor Volksgezondheid, een wettelijk verbod op asbest aan het uitwerken was. In 2003 zou dat rond zijn, twee jaar vroeger dan in Europa. Op dat moment had de Etex Group zelf de vezel al definitief uit haar vestingen gebannen.”
Gestolen omheining
Maar hoe verklaart het bedrijf dan dat er bouwmaterialen met het Eternit-zegel open en bloot tussen het onkruid liggen? Karel De Wilde: “Iedereen gebruikt bouwmaterialen van Eternit in Argentinië. Dat betekent niet dat wij het daar gestort hebben. We gaan dat opruimen, uiteraard, maar het is niet van ons.”
Kon iedereen daar dan zomaar binnen en buiten wandelen om zijn cementresten, leidingen en dakpannen te storten? Agustín Cozzi, zaakvoerder van Eternit Argentinië heeft een antwoord: “We hebben veel problemen gehad met de beveiliging van het domein. González Catán is geen eenvoudige buurt. Onze omheining is verschillende keren gestolen en de bewaker van het terrein is een paar keer overvallen.”
Voor Greenpeace zijn dat flauwe excuses. “Het is Eternits verantwoordelijkheid om het terrein te bewaken.” benadrukt Consuelo Bilbao. “Es una celda de seguridad!”
Foute vijand
Waakt er eigenlijk iemand over bedrijven als Eternit? “Hier in González Catán is alles toegestaan,” gromt oppositielid Lobos. Daarom klaagde hij naast Eternit ook de verantwoordelijke plaatselijke autoriteiten aan, maar daar wringt het schoentje: dat blijken er meer dan een te zijn.
Het stroomgebied van de 64-km lange Matanza-Riachuelo valt immers onder drie jurisdicties: de nationale Staat, de Provincie Buenos Aires en de Autonome Stad Buenos Aires. Een ‘gedeelde verantwoordelijkheid’ was jarenlang synoniem voor ‘geen verantwoordelijkheid’. Het resultaat hoopte zich letterlijk op in González Catán.
Lobos’ klacht ligt nu op het bureau van de rechter. Of in de kast. Eternit-zaakvoerder Cozzi is er alleszins van overtuigd dat zijn bedrijf niets te vrezen heeft. “Dit is een storm in een glas water. Een kleine onvoorzichtigheid van onzentwege. Er zijn duizenden actoren die dit gebied maken tot wat het is. Raadslid Lobos en Greenpeace hebben de foute vijand gekozen.”
dinsdag 28 juni 2011
[Aankondiging artikel] Een Belgische asbestberg in Argentinië

Lees het volledige artikel donderdag 30 juni 2011 op Apache.be
maandag 27 juni 2011
[foto] Verlaten slachthuizen, verdronken dorp en de pampa
Back in the twentieth century, Villa Lago Epecuén was a touristic village at a lake in the province of Buenos Aires. Due to heavy rainfalls in 1985, the village was inundated by the salty waters of Lake Epecuén, reaching 10m high. When water withdrew, a spooky town arose.
In the flat province of Buenos Aires, a few towers arise. It are slaughterhouses in decay, designed by the architect Salamone, who was inspired by fascist architecture (nice website, Spanish only).
A trip in black and white through the fields of Buenos Aires, Argentina
woensdag 8 juni 2011
Sokken als een bolletje in de wasmand
"Lief, wil jij je sokken in het vervolg niet meer als een bolletje in de wasmand gooien?"... en andere huishoudelijke bekommernissen. We worden groot. We worden groot.
zondag 5 juni 2011
Vier meisjeshanden
maandag 23 mei 2011
Maradona wereldkampioen 2010

Foto Diego_3336
Maradona campeón del mundo 2010
14-04-2010
Cristián is een fan, al jaren. 'Maradona is van het volk. Wat hij zegt, hoe hij leeft... Als ik Diego zie spelen, begin ik te huilen.'
Cristián had een voorgevoel. Argentinië zou de finale spelen in Zuid-Afrika en de flamboyante coach zou met de wereldbeker thuiskomen. Cristiáns schouder zou geschiedenis geschreven hebben. Op voorhand bovendien!
De geschiedenis liep anders: in de kwartfinale speelden de Duitsers zijn landgenoten naar huis. Maradona coach-af.
Hij wijst naar de datum. 'Dat is de dag waarop ik ze heb gezet. Twee weken vóór de wereldbeker, natuurlijk. Als bewijs, voor achteraf ...'
Hij zou er vrienden mee verbazen, met dat bewijs. Misschien zelfs de krant halen met de manier waarop hij zijn geloof droeg.
Opwerpen dat een gedateerde tatoe geen sluitend bewijs vormt, en dat hij over voor en na zou kunnen liegen, zou hij maar raar vinden. Daar lieg je toch niet over. Bovendien, tegenover God houdt geen leugen stand.
vrijdag 13 mei 2011
[infographic] How to make a tiny and shiny golden ring?


[Click to see my first infographic on visualizing.org]
As international gold price hits records, mining companies are struck by gold fever. Gold mining is big business - the last decade, gold price has risen 346% - and it's carried out on a massive scale.
To get a minimal idea of the huge environmental and social impact of this industrial activity, one should zoom in: what is needed for a 10 gr golden ring?
Lots of rock to be removed, lots of water spoiled and lots of toxic chemicals used, provoking local conflicts with affected communities all over the world. More in developing countries, where local regulations are weak and labor is cheap.
Zoom out again. An average gold mine produces more than just one ring a day: 25 kg to be exact. The last decade, a yearly average of 2.400 tons of gold was mined worldwide.
That's the equivalent of 240 million rings. And tons and tons of mining waste. Nothing shiny and tiny at all.
[it' my first infographic ever, so feel free to comment.]
donderdag 5 mei 2011
Krant en keutel

In een stad als B., waar de stoepen geplaveid zijn met hondendrollen, en bewoners elke morgen de spuit uitrollen om hun stukje voetpad schoon te schrobben, kijk je als voetganger wel uit waar je loopt. Je slalomt tussen gele plasjes, zwarte keutels en meterslange bruine vegen van ongelukkigen die het aan hun been hadden.
Als een keffer zich in het midden van de stoep opspant als een veer, en zijn kont samentrekt als een pruilend besje, kijkt geen hond daarvan op.
Maar als er plots een baasje, net voor zijn Bobby zijn sluitspier opent, gezwind een krant bovenhaalt om die netjes op de tegel onder de hondenkont te plaatsen, zet ik grote ogen op. Links en rechts steken gejaagde stiletto's en sportschoenen met air het duo voorbij, maar de stad lijkt even stil te staan bij zo'n onbaatzuchtige daad.
Als ik Bobby's baas bemoedigend aankijk, draait hij zijn hoofd gegeneerd in de richting van zijn vriend. Alsof hij zich schaamt - zelf publiekelijk te kakken is gezet. Bobby nijpt zijn nieren er bijna mee uit. Een keutel valt als een korrelig ei met een plofje op de krant, rolt naar de zijkant maar blijft gelukkig achter een gekreukte pagina van de sport steken.
Gerechtigheid, heet dat.
Krant en keutel gaan in de vuilbak naast ons. De hond kijkt me aan met een blik van 'ik heb toch niets gedaan' en ik kijk weer een beetje anders naar de stad. Ontlast, zeg maar.
zondag 17 april 2011
zaterdag 16 april 2011
PJ Harvey - On Battleship Hill
Eén van de twaalf clips van PJ Harvey's album 'Let England Shake'. Ik kan niet goed beschrijven waarom - zat ik in een loopgraaf in mijn vorige leven? - maar dit album maait me elke keer weer neer.
De andere videoclips van Seamus Murphy staan op YouTube. Single 'The words that maketh murder' kan je hier officieel downloaden.
vrijdag 15 april 2011
Snot in de yogales

Foto Unitopia
Wie zich inschrijft voor pakweg een cursus aquarelschilderen, weet wat te verwachten: papier, verf en een opdracht. Niet zo bij een yogacursus. Yoga is een cultuur, net als yoghurt. Het kan álle kanten uit (zie ook de Dolfijnengeluiden in het Oude Badhuis).
Een blik op de leraar geeft meestal een richting aan, maar dan is het eigenlijk al te laat. De mijne had een Thaise vissersbroek aan. Zo'n model waarmee je vissen kan vangen (ik denk dat ze hun oriëntatie verliezen door de ingewikkelde batikpatronen). Hij praatte als een meisje maar was, aan zijn broeksvormen te zien, een man. Yoga is ying en yang tegelijk.
Halverwege de les – na het ontspannen, samen 'oooong' zingen, en een potje circular breathing in kleermakerszit - liet de yogavoorman een doosje met papieren zakdoekjes rondgaan. Ik begon onrustig te schuifelen.
'Neem er maar één want de snot zal hier in het rond vliegen, no importa.'
'Snot' klonk erg... werelds. Ik nam voor de zekerheid een tissue en schoof de doos zo vloeiend mogelijk door naar de vrouw met haarband – er waren alleen maar vrouwen - naast me. Er volgde een rare ademhalingsoefening met puffende neusstoten. De leraar sloot zijn ogen en zijn snot vloog inderdaad in het rond. Ik sloot mijn ogen en probeerde te reizen naar een plek waar dat soort dingen niet gebeurden.
Blijkbaar viel ik in slaap want ik werd wakker toen de vissersbroek voorstelde om elkaar vaarwel te knuffelen. Euh. Een zwetende vrouw, waar mijn armen niet rond pasten, knuffelde zich erg dicht tegen mij. Ze fluisterde 'namasté' in mijn oor. Ik wilde net 'no gracias' zeggen maar de yogavoorman wapperde me geruststellend toe met zijn broek. In yoga kan dat allemaal, jongen.
Dit cursiefje verscheen in juli 2011 in Lambik, een nieuw tijdschrift voor Belgen in Latijns-Amerika.
vrijdag 8 april 2011
woensdag 6 april 2011
dinsdag 22 maart 2011
Minolta 1978


Handleiding van de Minolta XG-1 (1978), die ik gebruik voor de opleiding fotojournalistiek. Het toestel wordt aangeschreven als lightweight and compact. Het weegt vier keer zoveel als mijn digitale camera, maar doet het na vier (of drieëndertig) jaar wel nog steeds. Eat this, Mediamarkt!
maandag 21 maart 2011
Latinoritmes van de witte producten
'BIENVENIDA JASMIN.'
Ik wankel. De welkomstwoorden in netjes uitgeknipte kleurige letters plakken in een vrolijke boog tegen de muur van de onderburen. Onder de boog: een tafel met gebak en gekook, goed voor pakweg twintig Argentijnen. In de hoek boosteren latinoritmes van de witte producten.
Er knapt iets in mij: fiesta bij de buren (die gestoorden van 'What if God was one of us'). Dat is als een dertienkoppig cumbiaorkest in je slaapkamer, drie tafelspringers op je nachtkastje en een onderbroekenlolmaker tussen de lakens.
Ik wanhoop, meer nog: ik onthoop. In het Spaans klinkt dat als desesperación, een in frennen en gaten gesprongen luchtkasteel van illusies. Een geloof ontdaan van wortel en bladgroen.
De nacht valt aan. Ik wroet terwijl de razernij tussen mijn oordopjes woedt. Mijn zenuwen zinken in mijn kussen en ik bijt mijn lip stuk op mantra's als: 'Dat doen ze expres.'
Ik voel me zo immens en onmenselijk diep geschonden - waarom is stilte geen mensenrecht? - dat ik er het vertrouwen in verlies. Ik zin op ochtendlijke wraak maar hou het uiteindelijk op zinspelen.
vrijdag 4 maart 2011
donderdag 3 maart 2011
Restaurante Club Colonia (1896)

Op de houten tafels liggen grammofoonplaten als onderleggers. Van die oude dikke, met de hand geperste. Sommige plakken staan krom, van de Cinzano, Fernet of Gancia die er decennialang op gemorst is. Er staan tangokrakers op als 'Un poco más de amor' en 'A ti, Argentina'.
Het cliënteel hier zou ze nog beluisteren, 't is de generatie die de overstap naar de cd-speler de moeite niet meer vond. Oude mannetjes lezen de krant of discussiëren over wat erin staat zonder ze te hebben gelezen. Ze komen en gaan zoals ze gekomen zijn: content omdat niets meer moet.
“Ik wil dat jij later ook zo wordt,” zegt ze. Ik ben blij dat er iemand zo iets moois voor me wil. Om een stamcafé te hebben moet je wortel kunnen schieten, denk ik terwijl er een ander plaatje wordt opgelegd. De ventilatoren tegen het geel geschilderde plafond draaien zachtjes, een beetje uit hun as.
maandag 28 februari 2011
Wolkenkrabbers en hoogvliegers

Foto Rogerio Melo _
SAM VERHAERT, SÃO PAULO (18/02/11, De Tijd)
FGV-EAESP, een van de meest prestigieuze businessscholen in Zuid-Amerika, ligt niet aan de rand van een favela. Het leger buldert er niet met tanks voorbij op zoek naar drugsbaronnen. En op de stoep staan geen opdringerige venters, lijm snuivende straatkinderen of getatoeëerde bendeleden. De blitse wolkenkrabber van de Fundação Getulio Vargas staat in het hartje van São Paulo’s financiële centrum. De jongeren die er studeren, zijn nu al binnen. Braziliaanse bedrijven plukken hen zo van de collegebanken.
FGV-EAESP mag dan een naam hebben die deuren opent, zonder pasje blijven die van de privé-universiteit gesloten. Onder het oog van een zwarte bewaker, een geblondeerde receptioniste met blauwe oogschaduw en een camera, zippen studenten in maatpak zichzelf binnen. Bij mij zijn vijf telefoontjes en een kopie van mijn paspoort nodig. ‘Niet iedereen komt er zomaar in’, waarschuwt academisch directeur Maria Tonelli. ‘Zoals elk bedrijf denken we aan de veiligheid van onze studenten en docenten.’
Cappuccino
Tijdens de rondleiding wordt duidelijk waarom Maria Tonelli haar onderwijsinstelling een onderneming noemt. Op het gelijkvloers springt meteen de Citibank-lounge in het oog, exclusief voor masterstudenten die met een cappuccino binnen handbereik willen internetten in een designsofa. In een gezellig hoekje van de lounge staat een bankautomaat.
Op de eerste verdieping zitten de Banco Santander- en de Petrobras-aula. Cadeautjes van ex-studenten die het hebben gemaakt in het Braziliaanse bedrijfsleven. De negende verdieping herbergt het schoolfiliaal van de Bradesco-bank. Handig, want met het maandelijkse collegegeld van 2.422 Braziliaanse reais (1.075 euro) loop je in São Paulo niet over straat.
Volgens Maria Tonelli weerhoudt die prijs studenten uit alle hoeken van het land er overigens niet van zich in São Paulo te komen klaarstomen voor de arbeidsmarkt. ‘Voor het eerst krijgen we ook meer buitenlandse studenten op uitwisseling dan dat er studenten van ons vertrekken. Waarom zouden ze? We vertellen hen al jaren dat Brazilië ’t eeuwige land van de toekomst is. En nu zien ze dat die toekomst er eindelijk is.’
"Mijn generatie laat geen kansen liggen. Nog voor 2025 is Brazilië de vijfde economie ter wereld" (Patrícia Rezende, 25 jaar)Aan de andere kant van de stad, in de wolkenkrabber van de Business School São Paulo (BSP). ‘Reken maar van yes! Nog vóór 2025 zijn wij de vijfde economie ter wereld’, zegt de MBA-studente Patrícia Rezende (25) terwijl ze uit het raam tuurt, een slagroomsoes in de ene en een verse sinaasappelsap in de andere hand. De receptie na een lezing over sociale media is een prima plek om te netwerken.
Patrícia werkte sinds haar 16de, maar ging opnieuw studeren toen ze zag dat sociale netwerken dezelfde vlucht vooruit namen als de economie. Van alle internetgebruikers zijn Brazilianen diegenen die het meeste tijd doorbrengen op blogs en sociale netwerken, vooral op Googles Orkut. ‘Mijn generatie laat geen kansen liggen. We zijn opgegroeid met sociale media. Dat maakt ons enorm proactief’, zegt Patrícia. ‘Volgend jaar lanceer ik met een paar medestudenten een bedrijfje. Neen, daar kan ik nog niets over zeggen, ‘t blijft geheim.’
Armando Colletto, de decaan van de BSP, komt erbij staan. ‘Voel je het optimisme? Daar heeft deze generatie alle redenen voor. De Braziliaanse economie bevindt zich op een zeer bijzonder punt. De combinatie van stabiel politiek beleid (niemand verwacht veranderingen onder presidente Dilma Rousseff), een sterke munt, snelle economische groei en grootse infrastructuurwerken voor de wereldbeker in 2014 en de Olympische Spelen in 2016 maakt van Brazilië een veilige haven voor investeerders. De toekomst lacht deze jongeren toe.’
"We werken op café of op de universiteit. Mijn laptop is mijn kantoor." (César Matsumoto, 24 jaar)
César Matsumoto (24) is die toekomst al aan het schrijven. Nog voor hij afstudeerde aan FGV-EAESP, werkte hij al als ‘consultant in complexe intelligentie’. Als hij me ziet fronsen, stelt hij voor naar het Engels over te schakelen. Daarna tekent hij een mindmap met pijlen naar begrippen als ‘transdisciplinaire dialoog’ en ‘U-theorie’. De young potential praat als een dertiger. Multinationals en het stadsbestuur van São Paulo huren hem geregeld in om innovatieprocessen te begeleiden.
Ik ontmoet César de volgende dag in The Hub, een vrijplaats voor jonge ondernemers in de sociale economie. Webdesigners met ingewikkelde brilmonturen, investeerders in pak en kunstenaars op teenslippers zitten op multifunctionele designmeubels van gerecycleerd karton. Ze discussiëren over de ecologische uitdagingen van het WK en de Spelen. De ruimte baadt in het licht, er zijn druiven en bananen in houten bakjes. ‘Ideaal, want ik mis soms wat vitaminen’, zegt César lachend. ‘We zijn een snelle generatie. We werken op café of op de universiteit. Mijn laptop - binnenkort koop ik een Mac - is mijn kantoor.’
Op zijn 18de droomde César van een wereld zonder grenzen. Nu zegt hij realistischer te zijn. ‘In 2025 heb ik mijn eigen consultancybureau. Multilatina uiteraard, want ook in de omringende landen zijn zaken te doen. Dat vergeten mijn leeftijdsgenoten wel eens.’ César is een wereldverbeteraar, maar eentje met beide voeten in de wereld. Dat mag best wat opbrengen. Hij werkt nu voor 200 reais per uur (90 euro). Binnen vijf jaar wil hij 500 reais vragen, net geen minimum maandloon in Brazilië.
Césars verhaal is dat van vele Brazilianen. Toen zijn ouders, Japanse immigranten, in de jaren zestig aankwamen, verkochten ze zelfgemaakte juwelen. Ze pikten een graantje mee van de economische groei en schoven op naar de C-klasse. Die ‘nieuwe middenklasse’ heeft een maandinkomen tussen 1.126 en 4.854 reais (506 tot 2.181 euro). Toen Luiz Inácio Lula da Silva in 2003 begon te regeren, kon 27 procent van de bevolking zich tot de C-klasse rekenen, nu is dat al 50,5 procent.
Zwart-wit
César was een voorbeeldige student en kreeg een renteloze lening van FGV-EAESP. ‘Maar dat heb ik verzwegen. Uit schaamte. Het is een school voor rijken. Heb je gemerkt dat er geen enkele negro rondloopt?’ Een teer punt. Brazilië is een van de tien meest ongelijke landen ter wereld. Er is verbetering maar de ongelijkheid kleurt er nog altijd behoorlijk zwart-wit. Maatschappelijk succes lees je vaak af aan de huidskleur. ‘De zwarten die ik op de universiteit heb gezien, werkten als bewaker of onderhoudspersoneel’, zegt César.
Hoe zit dat op de publieke universiteiten, waar de helft van alle studenten school loopt? In de gangen van de faculteit economie van de Universiteit van São Paulo (USP) is er op het eerste gezicht meer kleur. Dit jaar zullen er bijna 3.000 economen afstuderen. De USP onderricht zo’n 88.000 jongeren, op kosten van de staat. Josué Braga (25), laatstejaars boekhoudkunde, zou het anders niet kunnen betalen. Hij komt uit Bahía, de zwartste staat van het land.
‘Ik kus beide handen dat ik hier binnen ben geraakt. De onderwijskwaliteit aan privé-universiteiten, op dure scholen als FGV-EAESP na, verbleekt bij die van de USP’, zegt hij. Volgens de jongste Academic Ranking of World Universities is dat zelfs de beste van het continent. Josué heeft er hard voor moeten blokken. ‘De toelatingsproeven zijn zo moeilijk dat je er enkel in komt als je over een degelijke achtergrondkennis beschikt.’
"Ik blijf proberen tot ik in de toelatingsproeven slaag. Ik wil journalist worden." (Marila, 22 jaar)En daar knelt nu net het schoentje. Alle professoren en studenten zeggen het, maar Josué kan het weten: het publieke basisonderwijs is ondermaats. Klassen met veertig leerlingen, slecht betaalde leerkrachten, te weinig leermiddelen. Volgens het nationaal onderwijsinstituut INEP zit 85 procent van de schoolgaande jeugd in hetzelfde schuitje. Wie het geld heeft, stuurt zijn kind tussen zijn 6 en 17 dus naar een dure privéschool (15%), om op latere leeftijd gratis hoogstaand onderwijs te genieten.
Men verwijt Lula da Silva - de eerste Braziliaanse president zonder universitair diploma - zijn eenzijdige investeringen in hoger onderwijs. Maar voor de decaan van de USP-faculteit economie, Reinaldo Guerreiro, maakte Lula de juiste keuze. Glunderend zegt hij dat de evaluatiecommissie CAPES zijn masteropleidingen administratie en economie zonet met de hoogste scores van het land heeft beloond. ‘Wat ik zeg, is niet democratisch. Maar voor mij is dit een noodzakelijke opoffering om straks een goed onderrichte elite van masters en MBA’s aan het hoofd van ons land te krijgen.’
Marila (22) is zover nog niet. Ze woont in een arme buitenwijk van São Paulo. Ik tref haar in een aula van de rechtenfaculteit, een voormalig klooster en een van de oudste gebouwen van het stadscentrum. Het marmer blinkt. Een trap kronkelt prestigieus rond een galerij met schilderijen van voorname clerici.
Marila zit met haar vriendinnen, 16 en 18, te giechelen op de tweede rij. Ze dragen sportschoenen met een logo dat lijkt op dat van Nike. Een schooljaar lang komen ze hier bijscholen in de zogenaamde cursinho. De niet-gouvernementele organisatie Educafro gebruikt de aula om leerlingen van afro-Braziliaanse afkomst, wiens ouders geen goed basisonderwijs konden betalen, klaar te stomen voor de toelatingsproeven van de publieke universiteit.
Brahma
Marila heeft er net de eerste proeven op zitten. ‘Ik begreep er niet veel van, zo veel moeilijke woorden. Maar als ik nu niet slaag, blijf ik proberen. Ik wil journalist worden.’ Haar leerkracht geschiedenis knikt haar bemoedigend toe vanachter zijn katheder. Na de les vertrouwt hij me toe dat die kans klein is. Van de vier jongeren die volgend jaar aan de USP mogen beginnen, zal er maar één op een publiek schooltje hebben gezeten.
Als ik uit de aula kom, begint het te gieten. Prostituees die als flamingo’s tegen de etalage van de Banco do Brasil staan, halen een paraplu boven. Donkere figuren tegen de gevel van de faculteit schuilen onder kleurloze dekens. Een man op teenslippers pist in een hoek.
In de kelder van de rechtenfaculteit is het droog. Studenten roken rond een tafelvoetbal. Het rode licht van de toog belicht een karikatuur van presidente Dilma. In deze ‘fakbar’ heeft haar huidige vicepresident nog nachtenlang zitten discussiëren. Tweedejaars Diego Degani (26) en Daniel Teixeira (27) vieren het einde van de examens. Ze praten over voetbal en drinken Brahma, een Braziliaans biermerk van AB InBev.
‘Het lukt waarschijnlijk niet eens om een ticket te krijgen voor de wedstrijden in onze stad,’ zucht Diego. Daniel vult aan: ‘We zijn heel pessimistisch over de wereldbeker. Dit land beschikt niet over de infrastructuur om zo’n evenement te organiseren.’ De geplande snelheidstrein die je in tweeënhalf uur van São Paulo naar Rio de Janeiro zou brengen, lijkt er in elk geval niet meer te komen vóór 2014. Voor de Olympische Spelen lukt het misschien nog net.
"Sommige jongeren denken dat de wereld is ontstaan op het moment dat ze werden geboren." (Maria Tonelli, directeur FGV-EAESP)Toen bekend raakte dat Rio de Spelen binnenhaalde, zei president Lula, met de tranen op zijn wangen, dat zijn land niet langer tot de tweede klasse behoorde. Daniel gelooft er niet echt in. ‘Sommigen gaan hier heel veel geld aan verdienen. Vandaar de opgeklopte euforie. Maar in de Braziliaanse politieke context staan zulke evenementen voor massale fraude.’
Politiek. Bijna alle studenten die ik spreek, hebben er iets over te zeggen. Goed bezig, te links, te rechts. Eén constante in de verhalen: te corrupt. Lula’s presidentschap kende inderdaad de nodige schandalen. En zijn opvolgster, Dilma Rousseff, heeft het thema vooralsnog niet bovenaan op haar agenda gezet. Veel jongeren van de gouden generatie keren de oude politieke cultuur dan ook de rug toe. Ze kijken vooral naar hun portemonnee. In de woorden van één van hen: ‘We willen genoeg geld verdienen én tijd hebben om het op te doen.’ Diego en Daniel zijn tevreden met een job als rechter. ‘Maar niet in de hoge magistratuur, die zijn politiek benoemd.’
Diego en Daniel bestellen nog een liter bier. Een paar stoelen verder zit Victor Gadelha (20). Hij is niet vies van de politiek. Vertegenwoordigt al twee jaar de studenten in de Faculteitsraad. Kan het goed uitleggen, een echte advocaat. Hij heeft zich pas nog kwaad moeten maken over de kortzichtigheid van sommige medestudenten om privé-initiatief buiten de universiteit te willen houden. ‘Ik kan uren praten over de thema’s van je artikel’, snoeft hij. We vertrekken naar zijn appartement.
De B van Big
De plassen zijn alweer opgedroogd, diesel dampt door de straten. Victor is in kostuum. Hij komt net van zijn stage, een advocatenkantoor met 400 werknemers. Hij stelt voor de metro te nemen, maar vertelt er meteen bij dat hij wel een eigen auto heeft. ‘Maar het verkeer in deze stad is een hel. Ik gebruik hem enkel om met vrienden naar het winkelcentrum te gaan, mijn Volkswagen Fox 2011 1.6. Een cadeautje van mijn pa.’
Victors vader is een bouwondernemer in Fortaleza, 3.000 kilometer ten noorden van São Paulo. ‘Een achtergestelde regio die zich snel zal ontwikkelen. Er vestigen zich steeds meer bedrijven, en die hebben goede advocaten nodig. Binnen tien jaar heb ik er mijn eigen kantoor: mijn manier om iets terug te doen voor de regio. De markt in São Paulo is toch verzadigd.’
Als we zijn appartement naderen, in het financiële centrum, vraagt hij me bezorgd naar de toestand in Europa. Hij is niet de eerste die denkt dat het hele continent op straat staat te schreeuwen voor een boterham. De financieel-economische crisis is redelijk geruisloos aan de Brazilianen voorbijgegaan. Victor is daar best trots op: ‘We kunnen heus wel wat hebben op dit moment in de geschiedenis. Van alle BRIC-landen staan wij er het beste voor.’
Het kan aan hun optimistische geest liggen, maar voor zowat alle Brazilianen die ik spreek, staat Brazilië niet voor niets vooraan in de afkorting van ‘The big four’. Meest gehoord: ‘Brazilië heeft een grote voorsprong op de andere BRICs op het vlak van democratie.’ Ook vaak vermeld: ‘De BRIC-landen zijn grote afzetmarkten. Kijken hoe we straks kunnen samenwerken.’
Victor stelt me voor aan een vrouw die hij zijn secretaresse noemt. Het blijkt een empregada, een meid. We zien haar koken, wassen en schoonmaken voor Victor en zijn twee huisgenoten. ‘Veel meer dan een ei bakken, kunnen we niet’, zegt hij lachend. Zijn maten zijn er niet. Op hun bedden liggen stapels onuitgepakte cursussen. Een van hen heeft anderhalve meter flatscreen tegen de muur hangen. ‘Die jongen staat al wat verder dan ik,’ legt Victor uit. Maar hij ziet het minstens even groot.
Maria Tonelli van FGV-EAESP glimlacht om zoveel zelfvertrouwen. ‘Deze generatie heeft de recessie en mega-inflatie van de jaren tachtig niet meegemaakt. Sommige jongeren denken dat de wereld is ontstaan op het moment dat ze werden geboren. Ze moeten nog leren alles een beetje in perspectief te zien.’
In een immer uitdeinende stad met 11 miljoen inwoners, de tweede helikoptervloot ter wereld en het zesde grootste bruto nationaal product ter wereld is dat niet evident. Zeker niet voor de hoogvliegers van deze snelle generatie. In het land van de toekomst is morgen vandaag.
_
Dit artikel kadert in een vierdelige reeks waarin De Tijd gesprekken met de Gouden Generatie in de vier BRIC-landen aangaat. Lees ook de bijdrages van mijn collega's over Rusland, India en China.










