Voor wie vier printercartouchen, en een halve boom aan papier over zou hebben.
Voor nostalgici.
Voor wie mij graag gelezen heeft.
Je kan de hele blog nu downloaden en printen als pdf. Meer dan 400 zaagsels. Neergepend in Antwerpen, Guatemala en Buenos Aires. Ontelbare besognes tussen 2007 en 2013. 276 pagina's uit mijn hamsterhart.
O, wat heb ik u graag geschreven.
Posts tonen met het label de consumens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de consumens. Alle posts tonen
vrijdag 8 november 2013
vrijdag 14 januari 2011
Statiegeld voor zotten

Foto Ian Sane
In Buenos Eiers is klant meer nar dan koning. Zeker in middelmatig grote winkels die mee willen spelen met de grote jongens, houden ze je voor de zot.
Neem het systeem van de lege bierflessen. Die geraak je enkel aan de straatstenen kwijt. Je betaalt er statiegeld voor, dat je niet terugkrijgt. Met je lege literfles kan je wel een nieuw (statiegeldvrij) biertje kopen. Een Argentijn heeft dus altijd minstens een lege fles in huis.
Als je - mijn geval - twaalf flessen wil kopen voor een feestje, moet je een speciale behandeling afdwingen. Na een heleboel vijven en zessen, net voor sluitingsuur, was dat gelukt in supermarkt EKI. Met het kasticket zou ik de twaalf terug mogen omwisselen. Dat was anderhalve maand geleden.
Een naam als EKI voorspelt niet veel goeds. Gisteren sjokkel ik er met een karretje vol leeggoed heen. Ik krijg uiteraard eerst een dikke neen en een neus in de lucht. Ik schakel meteen over op de Argentijnse modus: verhef mijn stem, maak handgebaren en stevig van mijn tak. Het werkt.
Ze bekijken het bonnetje. Dat blijkt op 27/01/09 afgestempeld te zijn, om 23.19 uur. Nemen ze niet aan. Zuchten, blazen, argumenteren dat a) ik niet in Buenos Aires was in 2009, b) de winkel toch niet meer open is om 23.19 uur, c) hun kassa misschien niet goed afgesteld stond. Dan toch een ja. Nog voor ik die kan innen, wordt dat weer een neen, met een verklarend staartje: 'Het systeem neemt dit bonnetje niet aan, door de foute datum.'
*„‰@¥]°?
Als mensen het op het systeem steken, klopt er iets niet. In de eerste plaats met die mensen, dan met het systeem. 't Is een pracht van een stad, maar in Buenos Eiers kies je beter eieren voor je geld.
dinsdag 9 november 2010
Het verhaal van elektronische producten
Hoe lang houdt jouw gsm het nog vol? En je computer?
The Story of Stuff bracht net een volgende episode uit: over elektronische apparaten die ontworpen worden om zo snel mogelijk stuk te gaan. Completer dan het verhaal over flessenwater, eenvoudiger dan dat over de leugenachtige handel in CO2, wel nog steeds very American.
Maar wel een afvalbergenhoog probleem waar ik zelf elektronische woedeaanvallen van krijg. Wat jij?
The Story of Stuff bracht net een volgende episode uit: over elektronische apparaten die ontworpen worden om zo snel mogelijk stuk te gaan. Completer dan het verhaal over flessenwater, eenvoudiger dan dat over de leugenachtige handel in CO2, wel nog steeds very American.
Maar wel een afvalbergenhoog probleem waar ik zelf elektronische woedeaanvallen van krijg. Wat jij?
zaterdag 24 juli 2010
Niet zo gelikte baselines

Foto Chuck “Caveman” Coker
Elk zichzelf waarderend merk heeft er één onder het logo plakken. Een baseline: vat de essentie van je organisatie of bedrijf, in de woorden van de doelgroep. Blijft tussen de oren hangen en bekt lekker weg. Hoezeer ik er ook van gruw, Delhaize slaagt erin rond haar klanten een luchtbel te blazen met 'Leef zoals je wil'. IKEA verlekkert ons bij bosjes om asap te kopen met 'Leef nu!' Coca-Cola heeft het alleenrecht op 'Enjoy'.
Baselines zijn niet altijd zo gelikt (lees: doortrapt). Niet achter elke slogan zit een cashend reclamebureau. De kleine middenstander bijvoorbeeld, vertrouwt wel eens op eigen kunnen. Terecht, creativiteit genoeg in de Vlaamse huiskamers, kerkstraten of kmo-zones. Ik kan even geen voorbeeld bedenken - helpt u? - maar vaak rijmen hun slogans op de naam van het bedrijf. Gedicht, het gat niet eens gelicht.
Af en toe stoot je op onbegrijpelijke baselines. Dat zijn de beste. Neem café 2060 II. Dat is een niet zo hippe kroeg vlakbij Park Spoor Noord. De baseline op de vitrine lijkt kant noch wal te slaan:
'Hola hola, straks geen koffiekoeken voor u, he'.
Niet gelikt, wel plakkend. Intrigerend, uitnodigend zelfs. Hoe zou dat zitten met die koffiekoeken? Wil er iemand van de doelgroep dat mee gaan checken?
dinsdag 6 juli 2010
Tante dood
Voor de GB Express zit een man zonder huis. Hij zit naast een omgedraaide pet met wat kleingeld en een bordje: 'DAKLOOS'. Dat is duidelijke communicatie: ik heb geen plek om te slapen en kan je kleingeld goed gebruiken.
Een tijdje geleden was hij minder duidelijk. Toen stond er naast de pet iets heel anders te lezen: 'TANTE DOOD'. De link was vaag maar de boodschap sloeg aan. Schoof hij bij zijn tante aan tafel? Zocht hij geld voor haar begrafenis? Het zou me niet verbazen als de pet toen sneller vol zat.
Nu is hij weer 'DAKLOOS' - al is zijn TANTE niet minder DOOD dan voorheen. Benieuwd wat er volgt. Kijken hoe hij de GB-gangers binnenkort weet te raken, net voor ze zichzelf laten verleiden door lepe reclamestunts en kleurrijke verpakkingen.
maandag 19 april 2010
De job van een leven
Hij werkt in shiften van 15 seconden - licht op rood, zebrapad opsloffen (3 sec.), reclamebord omhoog tillen (9 sec.), zebrapad afsloffen (3 sec.) - waarna hij 30 seconden groen licht heeft om over zijn job na te denken.
dinsdag 23 maart 2010
Het verhaal van flessenwater
Hoe krijg je mensen zo gek dat ze tot 2000 keer meer betalen voor water in een flesje dan water uit de kraan? Door vraag te creëren en consumensen murw te kneden tot niemand er nog van opkijkt. Annie Leonard licht in deze nieuwe animatie in de stijl van The Story of Stuff toe hoe bedrijven dat doen.
Is flessenwater gezonder of lekkerder? Waarin verschilt het van kraantjeswater en wat is de ecologische voetafdruk ervan? De (weliswaar beknopte) antwoorden vind je in The story of bottled water. "How 'manufactured demand' pushes what we don't need and destroys what we need most."
(lees hier meer over Kraantjeswater in Vlaanderen)
woensdag 24 februari 2010
Impro bij de Post

Het postkantoor gonst want er wordt hard gewacht. De mensen op hun beurt, de brieven op de bodes, de bedienden op de pauze. Wachtende consumensen eten alles (zie ook: televisiereclame), zelfs postproducten.
Dus liggen er her en der foldertjes over de Post-multifix 5+ ™ investering (sic, ik verzin dit niet). Er hangen posters met goedgemutste Vlaamse gezinnen zonder geldzorgen en op displays wisselen reclameslogans en het weer elkaar af. Slim bekeken.
Maar de Post laat zijn kantoren ook de ruimte om de verkoop improviserend aan te zwengelen. Naast het loket vind je daarom steevast een driepikkel met lichtblauw ruitjespapier met wervende reclameslogans. In het kantoor van Stuivenberg schreef een communicatieve ambtenaar bijvoorbeeld:
En van a 1
En van a 2
En van a 3? Neen
Van a 4? Neen
Allee hopla van a 5 dan!
[kopie van een grote hand, plakband aan de rand]
Wij bieden 5 procent!
(sic) De boodschap gaat in tegen alle regels van de reclame. Ik weet niet of ik er echt tegen moet zijn dat een bedrijf anno 2010 zijn werknemers vraagt om zelf de communicatie op zich te nemen – In Latijns-Amerika zou ik het vast charmant noemen. Maar het amateurisme doet een mens twee keer nadenken voor hij zijn spaarcenten in de Post-multifix 5+ ™ belegt.
Misschien schuilt er een uitdagende communicatie-baan in. Ik wacht nog even af.
Labels:
de communicatie,
de consumens,
de stad,
het bedrijf
woensdag 27 januari 2010
Graafheid
Foto duncan
Graafheid. Hoe ouder we worden, hoe jonger het begrip. Met de jaren minder relevant, gelukkig maar. In de (onze) jaren negentig draaide het er allemaal om, en wij eromheen met onze slappe puberbenen. In de jaren nul flirtten we er nog wel eens mee, door af en toe een andere pet op te zetten en er iemand mee binnen te draaien. Maar nu halen we het nog maar zelden uit de kast met dure imago's. Identiteitje spelen, been there, denken we.
Maar als je me in n' snowboardshop dropt, overvalt de Graafheid me weer als vroeger. Skaters, surfers en boarders ademen het uit: een air van 'zie mij hier graaf doen'. Juiste muts, juiste pet in de juiste hoek, juiste zogezegd afgeleefde broek. 'Dees is een bángelijk deck, gast.' Graafheid valt of staat met de juiste Antwerpse toengval - een Oost-Vlaming is per definitie minder graaf.
Op zo'n plaatsen vraag ik me af of mijn jeans wel kan. Mijn jasje is waarschijnlijk iets te saai. Mijn baard iets te geit en mijn trui te wollig. Wat een burgernicht, ik hoor het ze denken. Dan verliest mijn voornaam zijn hoofdletter, mijn piet zijn centimeters en denk ik 'wacht maar, ik schrijf straks iets heel gemeens over jullie.' Dan zullen we wel eens zien wie hier de graafste is. Jow.
zaterdag 2 januari 2010
De leugenachtige handel in CO2
The Story of Cap & Trade from Story of Stuff Project on Vimeo.
Annie Leonard legt, een paar jaar na het fantastische The Story of Stuff, uit waarom we ons niet mogen laten bedotten door de CO2-handel in The Story of Cap and Trade. Moeilijker verteerbaar maar minstens even verpletterend. Ze werkt ondertussen verder aan The Story of Electronics en The Story of Bottled Water. Uitkijken dus.
vrijdag 25 december 2009
Voorgekauwde antwoorden op een toastje

Foto ucumari
Er zijn veel bubbels. Die vragen me hoe het was en laten me wegkomen met voorgekauwde antwoorden op een toastje. Anekdotiek die het goed deed in eerdere welkomstbabbels. Na een tijdje weet je wat werkt, daarna wat ze eigenlijk horen willen.
Ook willen ze weten wat ik nu ga doen, want ja ... Prik. Ow. Euh. Niet weten wat je gaat doen is not done onder grote mensen. Geen werk-, bouw-, koop- of trouwplannen op tafel kunnen leggen is soms voldoende om eronder gekeken te worden. Een tante morst mozzarella op het tapijt. Een nonkel verkoopt vettige klap waarna het stil wordt. Buiten smelt het. De Kopenhagenkrop zit er nog en ik vraag me af wat ik daar aan kan doen.
(Aan de familie die meeleest: no offence, het was best leuk vandaag. Maar in 2010 stap ik af van de pure belevingsblogs. Een scheut fictie drinkt lekkerder. Die twintig procent overdrijving trek ik gegarandeerd op. Dit is nog maar het begin.)
maandag 21 december 2009
Van oud naar nieuw leuken

Foto Koffiemetkoek
Oudejaarsnacht staat weer voor onze deur te dralen. Dat zorgt voor een zekere onrust in ons aller kopkes. Want er kan maar één nacht de leukste zijn. Twee jaar geleden in Berlijn bijvoorbeeld. Een Nederlandse kunstenares staat met haar worstvingers in mijn buik te priemen. Ze past net niet in haar jurk, ruikt naar feromonen en lauwe champagne en tuit de lippen terwijl ze haar stem verlaagt: 'Wat. Voel. Jij? Zeg mij wat jij voelt en doe het. DOE! HET!'
Het jaar daarvoor: Antwerpen. Ik sta eerst als een randdebiel op de vensterbank te breaken en geef daarna nog eens ouderwets -doch stiekem- over in de plantenbak van de gastheer. Of vorig jaar: ik dans met honderden gemaskerde indianen de mist weg op een bergfestival van de Zapatisten. Vrienden van me zijn wel eens 's nachts naar Duitsland gelift. Anderen organiseerden een walking dinner in de Hobookse polder. Sommigen deden niet aan 'gedoe' en telden af voor Felice.
'There 's too much entertainment out there,' zei een Amerikaanse vriend die, na twee maanden bij zijn ouders in de V.S., weer opgelucht rust vond in San Marcos, Guatemala. 'It's making them crazy, Sam.'
't Wordt hout vasthouden om de rust van ginder hier niet te zien smelten. Kruipt er iemand tussen oud en nieuw mee in een iglo als de sneeuw er dan nog ligt? Ook leuk.
dinsdag 1 december 2009
Goldcorp devora el territorio por la fiebre del oro
El oro no se come. Estos días, se devora. La onza del metal precioso superó los 1.195 US$, un record histórico. En tiempos de crisis global financiera, el mundo entero se enferma por la fiebre de oro. Empresas mineras como Goldcorp ganan a costo de las comunidades en San Marcos.
Publicado en la página web de COPAE, Guatemala (01/12/09). English version available.

Los últimos meses, las monedas y los lingotes de oro se han vendido como tamales de navidad. El dólar cayó, la crisis financiera arrastró todo, pero el oro no perdió posición. Es el principal refugio de inversores nerviosos, y bancos alrededor del mundo están asegurando su futuro almacenando el metal.
Según el World Gold Council, la reserva de oro almacenado es de casí 30.000 toneladas. En 2008, 31% de la demanda total de oro era para la inversión (identificable), 57% se utilizó para joyería y 12% en uso industrial y dental.
O sea, casí un tercio del oro que se extrae no se usa. Se guarda en cajas fuertes. Los pobladores que viven sobre las reservas de este metal no tienen caja fuerte ni oro.
Empresa hambrienta
Los mineros están con hambre. En el departamento de San Marcos, la empresa Canadiense Goldcorp Inc. tiene, a través de sus subsidiarios Montana Exploradora y Entremares de Guatemala, 15 licencias vigentes. Según los últimos datos del MEM, sus licencias ocupan 573 kilómetros cuadrados, lo que equivale al 15% del territorio de San Marcos.
Actualmente, Marlin I es la única licencia donde se está sacando metales en San Marcos. Su impacto es enorme. Montana Exploradora devora el territorio de San Miguel Ixtahuacán y Sipacapa, 24 horas por día. En 2008, se excavó y procesó 1.845.000.000 toneladas de roca en la mina Marlin (según el Informe Anual de Goldcorp). Son más de 1.000 camiones por mes. Dicho de otra forma, 55 piscinas olímpicas de tierra contaminada con cianuro. Cada mes.
El mismo año, Montana extrajo y vendió 241.300 onzas de oro, con el precio promedio del oro a 870 US$/ onza. Los datos son orgullosamente publicados en su página web para los tiburones accionistas en los 7 mares del neoliberalismo. Algunos inversionistas golosos en Canadá, Suecia, Noruega y otros países febriles ya sacaron sus calculadoras para 2009 porque el precio del metal casí triplicó.
Cuando Montana, en 2002 todavía parte de Glamis Gold, empezó sus exploraciones en San Marcos, el oro se cotizaba a 309,66 US$. No sorprende que Goldcorp Inc., la empresa mamá en Canadá, afirma ser la minera de oro más rentable del mundo. Fanfarronea que de todas las empresas mineras, la suya crece a mayor velocidad. 'Calidad'.
Migajas para los pobres
El clima actual le favorece bastante a las industrias extractivas. El Estado de Guatemala aún más. El Director Ejecutivo para Centroamérica y Sudamérica de Goldcorp Eduardo Villacorta, en las audiencias de la Comisión de transparencia del Congreso de la República, afirma que la Mina Marlin utiliza 12 litros de agua por segundo.
Saquemos nuestros calculadoras, por favor. Son 1.036.800 litros diarios. Una familia campesina, gasta unos 30 litros por día, podría sobrevivir 91 años con esa cantidad. La empresa le ha pagado 0.000.000 Q al estado y otros 0.000.000 Q a las comunidades.
No obstante, en El Ingeniero, su folleto para las comunidades, Montana afirma de haber invertido 15.407.810 Q de 2006 al 2008 en proyectos de desarrollo comunitario. Aunque eso le corresponde al Estado de Guatemala, y no a un Santa Claus falso, seamos honestos: no es poco.
Sin embargo, hay que entenderlo como migajas para los pobres. No alcanza ni siquiera a un porciento si lo comparamos con las ganancias netto de Montana en ese periodo: 188.800.000 US$. Más de un millar y medio de Quetzales.
Para los que quieren marearse: mamá Goldcorp, que saca oro en todas las Américas, ganó 2.344.000.000 US$ en estos años. En Quetzales ni cabe en la calculadora.
Ni El Ingeniero, ni la página web, mencionan el conflicto social que causa la distribución de sus proyectos 'de desarrollo'. Donde hay ganadores, hay perdedores. Como explica el Padre Eric Gruloos:
"Los que se atreven a oponerse a la mina, cosechan el rencor de sus vecinos. Los trabajadores de la mina amenazan a mis parroquianos. 'Si la mina no nos da la cancha deportiva, el asfalto o el maestro para nuestra escuela, es porque usted no se ha callado.' Este terror me recuerda al conflicto armado."
Goldcorp no vino a San Marcos a 'desarrollar' los pueblos. Vino a sacar metales de gran valor en circunstancias favorables. Punto. Vino a ganar dinero y gana un dineral con este clima financiero. Es una empresa gorda. Y le encanta comer del plato de los demás.
Publicado en la página web de COPAE, Guatemala (01/12/09). English version available.
Los últimos meses, las monedas y los lingotes de oro se han vendido como tamales de navidad. El dólar cayó, la crisis financiera arrastró todo, pero el oro no perdió posición. Es el principal refugio de inversores nerviosos, y bancos alrededor del mundo están asegurando su futuro almacenando el metal.
Según el World Gold Council, la reserva de oro almacenado es de casí 30.000 toneladas. En 2008, 31% de la demanda total de oro era para la inversión (identificable), 57% se utilizó para joyería y 12% en uso industrial y dental.
O sea, casí un tercio del oro que se extrae no se usa. Se guarda en cajas fuertes. Los pobladores que viven sobre las reservas de este metal no tienen caja fuerte ni oro.
Empresa hambrienta
Los mineros están con hambre. En el departamento de San Marcos, la empresa Canadiense Goldcorp Inc. tiene, a través de sus subsidiarios Montana Exploradora y Entremares de Guatemala, 15 licencias vigentes. Según los últimos datos del MEM, sus licencias ocupan 573 kilómetros cuadrados, lo que equivale al 15% del territorio de San Marcos.
Actualmente, Marlin I es la única licencia donde se está sacando metales en San Marcos. Su impacto es enorme. Montana Exploradora devora el territorio de San Miguel Ixtahuacán y Sipacapa, 24 horas por día. En 2008, se excavó y procesó 1.845.000.000 toneladas de roca en la mina Marlin (según el Informe Anual de Goldcorp). Son más de 1.000 camiones por mes. Dicho de otra forma, 55 piscinas olímpicas de tierra contaminada con cianuro. Cada mes.
El mismo año, Montana extrajo y vendió 241.300 onzas de oro, con el precio promedio del oro a 870 US$/ onza. Los datos son orgullosamente publicados en su página web para los tiburones accionistas en los 7 mares del neoliberalismo. Algunos inversionistas golosos en Canadá, Suecia, Noruega y otros países febriles ya sacaron sus calculadoras para 2009 porque el precio del metal casí triplicó.
Cuando Montana, en 2002 todavía parte de Glamis Gold, empezó sus exploraciones en San Marcos, el oro se cotizaba a 309,66 US$. No sorprende que Goldcorp Inc., la empresa mamá en Canadá, afirma ser la minera de oro más rentable del mundo. Fanfarronea que de todas las empresas mineras, la suya crece a mayor velocidad. 'Calidad'.
Migajas para los pobres
El clima actual le favorece bastante a las industrias extractivas. El Estado de Guatemala aún más. El Director Ejecutivo para Centroamérica y Sudamérica de Goldcorp Eduardo Villacorta, en las audiencias de la Comisión de transparencia del Congreso de la República, afirma que la Mina Marlin utiliza 12 litros de agua por segundo.
Saquemos nuestros calculadoras, por favor. Son 1.036.800 litros diarios. Una familia campesina, gasta unos 30 litros por día, podría sobrevivir 91 años con esa cantidad. La empresa le ha pagado 0.000.000 Q al estado y otros 0.000.000 Q a las comunidades.
No obstante, en El Ingeniero, su folleto para las comunidades, Montana afirma de haber invertido 15.407.810 Q de 2006 al 2008 en proyectos de desarrollo comunitario. Aunque eso le corresponde al Estado de Guatemala, y no a un Santa Claus falso, seamos honestos: no es poco.
Sin embargo, hay que entenderlo como migajas para los pobres. No alcanza ni siquiera a un porciento si lo comparamos con las ganancias netto de Montana en ese periodo: 188.800.000 US$. Más de un millar y medio de Quetzales.
Para los que quieren marearse: mamá Goldcorp, que saca oro en todas las Américas, ganó 2.344.000.000 US$ en estos años. En Quetzales ni cabe en la calculadora.
Ni El Ingeniero, ni la página web, mencionan el conflicto social que causa la distribución de sus proyectos 'de desarrollo'. Donde hay ganadores, hay perdedores. Como explica el Padre Eric Gruloos:
"Los que se atreven a oponerse a la mina, cosechan el rencor de sus vecinos. Los trabajadores de la mina amenazan a mis parroquianos. 'Si la mina no nos da la cancha deportiva, el asfalto o el maestro para nuestra escuela, es porque usted no se ha callado.' Este terror me recuerda al conflicto armado."
Goldcorp no vino a San Marcos a 'desarrollar' los pueblos. Vino a sacar metales de gran valor en circunstancias favorables. Punto. Vino a ganar dinero y gana un dineral con este clima financiero. Es una empresa gorda. Y le encanta comer del plato de los demás.
Labels:
de consumens,
español,
gepubliceerd,
Guatemala,
het bedrijf
woensdag 18 november 2009
Bierboom

Foto MikeMurga
Tien, negen, acht, ... Zoals elk jaar telden het voorbije weekend duizenden Guatemalteken in 29 departementen simultaan af. 's Anderendaags stond het spektakel op alle voorpagina's. Een nieuw Mayakalenderjaar? De herdenking van de vredesakkoorden? Neen, men vierde het aansteken van de Galloboom.
Yep. De Arbol Gallo [spreek uit: gayo] is een reusachtige plastic kerstboom die men al 24 jaar tussen kathedraal en stadhuis poot. Een griezelig perfecte kegel van lichtjes (doen het altijd goed in het donker, zie ook de Dageraadplaats), op de top de rode haan van het biermerk. Juist, een bierlogo in plaats van een kruis. 's Lands meest populaire popbands zetten het evenement luister bij. Rode chicas Gallo met volgetapte borsten dansten zich dronken en de massa keelde, ja brulde zich hysterisch, om de haan. Vuurwerk bij de nul.
Wat flikkert er eigenlijk op de kerstboom op de Grote Markt? Een kruis, de Jupilerstier of een -A-?
Labels:
de consumens,
de stad,
Guatemala,
het bedrijf,
het feest
dinsdag 17 november 2009
Hoe heet die Duitse woekerketen ook al weer?
Scheiße, ik ben de naam van de winkel helemaal kwijt. Ik herinner me de huiskleuren rood met wit in een goedkoop lettertype. De slogan zei het allemaal: je bent gek als je niet koopt. Er lopen bedienden in polohemdjes rond die als stront behandeld worden en de klant als lastige vliegen afschepen met de duurste brol van het schap (digitale fotokaders enzo). Maar hoe de Duitse woekerketen heet: schade, ganz vergessen.
Goh, gezellig nu ik eraan denk. De kersthausse in de stad. Waar je genegenheid voor de ander wordt afgemeten aan de euro's die je ervoor wil dokken. Waar je heerlijk kan soezen in de winkelgangen der vergetelheid en kopen = zijn. Ik tel de dagen af, jongens.
Goh, gezellig nu ik eraan denk. De kersthausse in de stad. Waar je genegenheid voor de ander wordt afgemeten aan de euro's die je ervoor wil dokken. Waar je heerlijk kan soezen in de winkelgangen der vergetelheid en kopen = zijn. Ik tel de dagen af, jongens.
maandag 16 november 2009
‘Een gram bloed is meer waard dan een ton goud'
De Standaard, zaterdag 14 november 2009
SAM VERHAERT
Ongelijk duel in Guatemala: Belgische missionaris versus Canadese goudreus — Een Oost-Vlaamse pater in Guatemala neemt het op tegen een van de grootste mijnmaatschappijen ter wereld. Hij organiseert de Maya-indianen in hun verzet tegen een goudmijn. Het dorp is verscheurd: ‘Als de confrontatie niet snel stopt, ontploft het hier.'

Vanop een reclamepaneel lacht een indiaan met een helm op de weggebruiker toe.‘Ik geloof in de mijn want ik geloof in ontwikkeling', luidt de bijbehorende slogan. Getekend: Goldcorp Inc. Bulldozers rijden af en aan tussen de steile maïsvelden. Het asfalt is nog vers in deze uithoek van Guatemala, Midden-Amerika.
Plotseling scheuren een terreinwagen met militairen en een vrachtwagen met explosieven voorbij. Explosieven? Een mijn die zeven ton goud en negentig ton zilver per jaar opdelft, heeft veel springstof nodig. Militairen? Het dynamiet mag niet in verkeerde handen vallen. ‘De burgeroorlog mag dan al dertien jaar voorbij zijn', vertelt pater Eric Gruloos, ‘maar het sociaal conflict dat de goudmijn de laatste maanden in mijn dorp veroorzaakt, doet me er vaak aan terugdenken. De spanning is hier te snijden.'
De missionaris uit Maarkedal (60), spil in het conflict, maakt weinig zinnen af. Hij spreekt vlotter Mam dan Maarkedals, en er is veel te vertellen. ‘Het is ironisch. De eerste bulldozer in San Miguel Ixtahuacan heb ik destijds gekocht. Toen ik hier aankwam, waren er geen wegen. Ik liet een Maya de machine besturen. Die bulldozer werkte bevrijdend.'
24 jaar geleden, bij zijn aankomst in San Miguel, trof Gruloos een overwoekerde kerk. De vorige pastoor was gevlucht tijdens het gewapend verzet dat in 36 jaar 200.000 doden en een ontwrichte samenleving achterliet. Toen guerrilla en staat in 1996 een vredesverdrag sloten, vlogen de grenzen open voor buitenlandse bedrijven. Lakse milieuwetten, lage belastingtarieven en stijgende metaalprijzen leidden tot een snelle uitverkoop van de Guatemalteekse bodemrijkdommen. De Wereldbank sponsorde Montana Exploradora met 45 miljoen dollar om in naam van de Canadezen de Marlin-mijn uit te baten. Het vlakbij gelegen dorp reageerde euforisch: ‘San Miguel is gered uit de armoede!' Gruloos was nuchterder: ‘Ik heb de impact van mijnen in Peru gezien. Het is niet al goud wat blinkt.'
Moord en brand

Foto Alejandro Alfaro
De zaak begon te escaleren in maart van dit jaar. Zoals elke dag praatte padre Eric op de parochieradio over het leven in San Miguel. Die dag sprak hij over de barsten in een honderdtal huizen aan de rand van de mijngroeve. Slecht gemetseld, volgens Montana. Het gevolg van de explosies en het zware transport van de mijn, volgens Amerikaanse burgerlijke ingenieurs van het Unitarian Universalist Service Committee.
Zuster Maudilia, voorzitter van het Miguelens Verdedigingsfront (FREDEMI) en Gruloos' rechterhand in het verzet tegen de mijn, sloeg de marimba aan en een kinderkoor viel in met een lied geschreven door de pater, dat via de radio tot over de verste akkers schalde: ‘Wat gebeurt er toch met ons dorp? De angst verlamt ons. Waar verberg je je, God? Een gram bloed is toch meer waard dan een ton goud.'
Plotseling werd een briefje onder de deur van het radiolokaal geschoven, afkomstig van de Organisatie voor de Sociale Schoonmaak. ‘We hebben de dictator die ons volk kwam verdelen gevraagd terug te keren naar zijn land. Hij wil niet luisteren, onze kogels zullen hem dus naar de andere wereld helpen.'
Gruloos besloot kalm te blijven en niet te reageren. Pas drie maanden later, in juni, luidde hij voor het eerst in 24 jaar de alarmbel. Toen klaagden inwoners van Agel, een gehucht naast de mijn, over testboringen van Montana op hun gronden. Ze vreesden voor hun watervoorraad. De Marlin-mijn verbruikt twaalf liter water per seconde, meer dan een miljoen liter per dag. Volgens zuster Maudilia komt een boerenfamilie daar 91 jaar mee toe. Er zouden in de regio acht waterputten opgedroogd zijn sinds de komst van de mijn.
Gruloos ging poolshoogte nemen, maar kon het conflict niet oplossen. Twee dagen daarna stak een boze menigte de boorinstallaties en een pick-up van Montana in brand. Moederbedrijf Goldcorp schreeuwde moord en brand. Canada communiceerde dat een pastoor en zijn non boeren met stokken, machetes en pistolen aanvoerden. ‘Ik heb nog nooit een wapen gezien,' zegt Gruloos daarover. ‘De mijn heeft me nooit om mijn versie gevraagd. Ze logen, zoals ze altijd liegen.'
Na het incident vroeg de ceo van Montana in een persoonlijke briefwisseling met de bisschop van het departement San Marcos om Gruloos weg te halen uit San Miguel. Maar de bisschop bond niet in: Gruloos blijft.
Op 16 juni, een paar dagen na de brand, organiseerde Montana een vredesmars van de mijngroeve naar de kerk. 1.400 in het wit uitgedoste werknemers en sympathisanten van het mijnbouwbedrijf legden bij de kerk witte rozen neer en eisten het vertrek van de dorpspastoor. ‘Waarom geweld nu er vrede heerst?', klonk het. ‘Stop het aanzetten tot geweld, padre!'
‘Dat was het begin van een lastercampagne waarin het bedrijf me systematisch beschuldigt van het aanzetten tot geweld', zegt Gruloos. ‘Ik heb een klacht ingediend en een open brief geschreven aan Goldcorp.' In die brief neemt Gruloos geen blad voor de mond: ‘Uw bedrijf zet zijn arbeiders tegen ons op. Als de confrontatie niet stopt, kan het hier ontploffen.'
Zware metalen

Zondagochtend. Mannen met cowboyhoeden en vrouwen in geruite rokken, hun kind op de rug, stromen de kerk binnen. Aan het altaar projecteert de pastoor foto's die een onderwijzer van zijn leerlingen maakte: zieke kinderen met zweren en kale plekken. Druk gefluister: ‘Zouden er toch te veel zware metalen in het water zitten?'
COPAE, een onderzoekscommissie van het bisdom die het rivierwater analyseert, beweert dat al twee jaar. ‘We onderzoeken de rivieren stroomopwaarts en stroomafwaarts van de mijn,' legt biologe Ana Gonzalez uit. ‘Stroomopwaarts is er geen probleem. Voorbij de mijn overschrijden de hoge concentraties arsenicum, koper, zink en andere metalen de normen van de Wereldbank en laten ze die van Canada ver achter zich. Wie het water gebruikt om te wassen, zijn akkers te besproeien of te koken, kan ziek worden.'
Maar niet iedereen gelooft de onderzoekscommissie van het bisdom. Niet onpartijdig genoeg en niet verbonden aan een gecertificeerd laboratorium, luidt het. Het Guatemalteekse ministerie van Milieu zegt geen middelen te hebben om het water of de zieke kinderen te onderzoeken. En Montana wijt de huidziektes aan gebrekkige hygiëne.
Goudontginning is volgens ngo's als Oxfam en Earthworks nochtans één van de meest vervuilende industrieën ter wereld. De impact op het landschap is enorm — waar een berg is, komt een krater — en om de gouddeeltjes aan de afgegraven rotsmassa te onttrekken wordt cyanide gebruikt, een erg giftige stof.
In 2008 besproeide de Marlin-mijn 1.845.000 ton bergwand met een cyanideoplossing. Dat zijn 13 olympische zwembaden vervuild rotsafval per week. In haar vijfjarig bestaan gebruikte Montana meer dan 3,2 miljoen kg cyanide. Het grootste milieugevaar dat moderne dagmijnbouw meebrengt, zo geeft de mijnindustrie zelf toe, is zure mijndrainage. Dit onomkeerbare proces treedt op als sulfiden van de afgegraven rotsmassa in contact komen met de weerelementen en het rivierwater verzuren. Gruloos vreest voor de landbouw in zijn dorp: ‘Als Montana hier in 2015 vertrekt, blijven wij met een ondergrond vol zware metalen zitten.'
Wegen en schooltjes

‘Na de ochtendmis werd ik aangesproken door de moeder van de onderwijzer die de foto's van zijn zieke leerlingen maakte', vertelt Gruloos. ‘Of ik alsjeblieft wilde verzwijgen wie die foto's nam, omdat ze bang was voor haar zoon. Om maar te zeggen wat voor een angstklimaat hier heerst.'
Volgens Gruloos komt die angst voort uit het geld dat de mijn in San Miguel binnenbrengt. ‘Montana betaalt zijn werknemers meer dan behoorlijk: de ongeschoolde arbeiders verdienen tweehonderd euro, zeventig euro meer dan arbeiders in de rest van het land. Die arbeiders zijn tot veel in staat om hun inkomsten te verdedigen. Ze waarschuwen mijn catechisten dat er bloed zal vloeien als ze nog over de vervuiling spreken. Of ze komen 's nachts, in een dronken bui, in de lucht schieten voor hun huis.'
Daarnaast investeert de mijnmaatschappij fors in de gemeenschappen: asfaltwegen, bruggen, elektriciteit, schooltjes en een gezondheidspost in de kleuren van haar logo. ‘Wie zich openlijk tegen de mijn verzet, krijgt de hele gemeenschap over zich heen: “Als jij met die pater blijft samenwerken, is het jouw schuld dat we straks geen asfaltweg krijgen”. Het is een vorm van terreur.'
Kruimels voor de armen

Foto Steven Heyvaert
Een andere onderwijzer, Sergio Lopez (35), is het daarmee eens. ‘Op een buurtvergadering in augustus werd beslist om de kleine projecten die Montana ons aanbood, niet te aanvaarden', zegt hij. ‘Omdat ik een van de weinigen in het dorp ben die kan schrijven, werd mij gevraagd om het verslag van de vergadering te maken. De vergadering verliep zonder problemen, maar 's avonds stond mijn buurman plots voor mijn deur te schreeuwen dat ik naar buiten moest komen, dat hij me zou vermoorden. Ik was bang en sloot me op in mijn kamer. De man verkoopt bouwproducten die Montana zou kunnen gebruiken in zijn projecten. Hij was boos was dat die waren weggestemd.'
De investeringen van Montana in San Miguel beliepen tussen 2006 en 2008 zo'n 1,2 miljoen euro. Toch geen klein bier.
‘Dat zijn kruimels voor de armen,' vindt Gruloos. ‘Zeker in vergelijking met het geld dat naar Canada vloeit, gaat het om verwaarloosbare bedragen.'
Montana maakte in diezelfde periode dankzij de stijgende goudprijs een nettowinst van 123 miljoen euro. Moederbedrijf Goldcorp, dat zich er in zijn jaarrapport op beroept 's werelds efficiëntste en snelst groeiende goudproducent te zijn, bezit veertien mijnen in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika: goed voor 1,5 miljard euro nettowinst sinds 2006.
‘Die gemeenschapsprojecten moeten van de overheid komen', zegt Gruloos, ‘niet van een bedrijf dat de publieke opinie voor zich wil winnen. Op feestgelegenheden staan ze hier als Sinterklaas snoepjes uit te delen aan de kinderen. De ouders krijgen een kippenbil. Dat is gewoon pervers.'
Goldcorp verbindt zich ertoe sterke, open en transparante relaties op te bouwen met de gemeenschappen. ‘Daar betalen we vijfentwintig promotoren voor', zegt Filogonio Gomez, woordvoerder gemeenschapsontwikkeling bij Goldcorp. ‘Vijftien daarvan zijn lokale leiders in de gehuchten rond de mijn. Die informeren de mensen over het bedrijf, en omgekeerd. Ze voelen perfect aan wat er leeft in hun gemeenschap.'
‘En daar profiteert de mijn van,' vult Gruloos fel aan. ‘In de burgeroorlog ging men op dezelfde manier te werk om gemeenschappen te controleren. Ze zoeken openingen om verdeeldheid te zaaien. Familiedisputen of alledaagse conflicten komen plots in het teken van het mijnconflict te staan. Ze bieden bijvoorbeeld de zus van lokale verzetsleiders werk aan, om hun tegenstanders te muilkorven. Hele families worden uit elkaar gescheurd.'
Dina Aloi, bij Goldcorps hoofd Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, kaatst de bal terug. Ze begrijpt niet dat de katholieke kerk mensen tegen elkaar opzet en verdeeldheid zaait. De Belg in zijn pastorij blijft lang stil als hij die uitspraak krijgt voorgelegd. ‘Kijk, Guatemalteken hebben een aangeboren respect voor gezag', zegt hij uiteindelijk. ‘Vrouwen zwijgen als ze slaag krijgen, boeren onderwerpen zich slaafs aan koffiebazen... Maar soms moet je tegen het gezag ingaan. Het is voor het eerst in 24 jaar parochiewerk dat ik sommigen vrijuit hoor spreken.'
Prostitutie is geen ontwikkeling

Foto Alejandro Alfaro
‘Ach, ze verwijten me ook dat ik de revolutie preek, omdat ik over de sociale en ecologische impact van de mijn spreek in plaats van over God. Ze willen dat ik een voorbeeld neem aan de Pinkstergemeenschappen hier, en me beperk tot evangeliseren. De meeste evangelische kerken, die twee derde van de dorpsbewoners hier ontvangen, zwijgen in alle talen over de mijn. Ze houden de mensen kalm. Ik ben er zeker van dat Goldcorp daar miljoenen in pompt. Het bedrijf misbruikt het geloof. Vertel mij eens, waar zit God in de globalisering? Bij de rijken of bij de armen?'
Wil Gruloos de goud- en zilvermijn dan weg? De pastoor twijfelt. ‘Je kunt de mijn niet plots sluiten. Meer dan 800 grote gezinnen zijn er afhankelijk van. Dat is misschien een vijfde van San Miguel, een arm dorp waar één op de tien het geluk in de VS gaat zoeken.'
Gruloos weet dat hij San Miguel geen alternatief kan bieden. Maar hij wil dat de onrechtvaardige leegroof stopt. Goldcorp betaalt maar één procent van de totale productie aan de staat voor het gebruik van de natuurlijke rijkdommen. De helft daarvan is voor San Miguel. ‘Goldcorp volgt de regels van het spel en schuift alle verantwoordelijkheid af op de staat, en eigenlijk hebben ze gelijk. Maar dan moeten ze ook niet zeggen dat ze ontwikkeling brengen.‘Vóór de komst van de mijn waren er tien cafés in het dorp, nu 44. Men zegt dat er prostitutie is. Dat heeft niets te maken met ontwikkeling. In het Mam bestaat er niet eens een woord voor.'
‘Sinds de komst van de mijn staat alles hier op zijn kop voor het geld. Ik zeg het niet graag, maar een goudmijn haalt het slechtste in de mens naar boven.'
SAM VERHAERT
Ongelijk duel in Guatemala: Belgische missionaris versus Canadese goudreus — Een Oost-Vlaamse pater in Guatemala neemt het op tegen een van de grootste mijnmaatschappijen ter wereld. Hij organiseert de Maya-indianen in hun verzet tegen een goudmijn. Het dorp is verscheurd: ‘Als de confrontatie niet snel stopt, ontploft het hier.'

Vanop een reclamepaneel lacht een indiaan met een helm op de weggebruiker toe.‘Ik geloof in de mijn want ik geloof in ontwikkeling', luidt de bijbehorende slogan. Getekend: Goldcorp Inc. Bulldozers rijden af en aan tussen de steile maïsvelden. Het asfalt is nog vers in deze uithoek van Guatemala, Midden-Amerika.
Plotseling scheuren een terreinwagen met militairen en een vrachtwagen met explosieven voorbij. Explosieven? Een mijn die zeven ton goud en negentig ton zilver per jaar opdelft, heeft veel springstof nodig. Militairen? Het dynamiet mag niet in verkeerde handen vallen. ‘De burgeroorlog mag dan al dertien jaar voorbij zijn', vertelt pater Eric Gruloos, ‘maar het sociaal conflict dat de goudmijn de laatste maanden in mijn dorp veroorzaakt, doet me er vaak aan terugdenken. De spanning is hier te snijden.'
De missionaris uit Maarkedal (60), spil in het conflict, maakt weinig zinnen af. Hij spreekt vlotter Mam dan Maarkedals, en er is veel te vertellen. ‘Het is ironisch. De eerste bulldozer in San Miguel Ixtahuacan heb ik destijds gekocht. Toen ik hier aankwam, waren er geen wegen. Ik liet een Maya de machine besturen. Die bulldozer werkte bevrijdend.'
24 jaar geleden, bij zijn aankomst in San Miguel, trof Gruloos een overwoekerde kerk. De vorige pastoor was gevlucht tijdens het gewapend verzet dat in 36 jaar 200.000 doden en een ontwrichte samenleving achterliet. Toen guerrilla en staat in 1996 een vredesverdrag sloten, vlogen de grenzen open voor buitenlandse bedrijven. Lakse milieuwetten, lage belastingtarieven en stijgende metaalprijzen leidden tot een snelle uitverkoop van de Guatemalteekse bodemrijkdommen. De Wereldbank sponsorde Montana Exploradora met 45 miljoen dollar om in naam van de Canadezen de Marlin-mijn uit te baten. Het vlakbij gelegen dorp reageerde euforisch: ‘San Miguel is gered uit de armoede!' Gruloos was nuchterder: ‘Ik heb de impact van mijnen in Peru gezien. Het is niet al goud wat blinkt.'
Moord en brand

Foto Alejandro Alfaro
De zaak begon te escaleren in maart van dit jaar. Zoals elke dag praatte padre Eric op de parochieradio over het leven in San Miguel. Die dag sprak hij over de barsten in een honderdtal huizen aan de rand van de mijngroeve. Slecht gemetseld, volgens Montana. Het gevolg van de explosies en het zware transport van de mijn, volgens Amerikaanse burgerlijke ingenieurs van het Unitarian Universalist Service Committee.
Zuster Maudilia, voorzitter van het Miguelens Verdedigingsfront (FREDEMI) en Gruloos' rechterhand in het verzet tegen de mijn, sloeg de marimba aan en een kinderkoor viel in met een lied geschreven door de pater, dat via de radio tot over de verste akkers schalde: ‘Wat gebeurt er toch met ons dorp? De angst verlamt ons. Waar verberg je je, God? Een gram bloed is toch meer waard dan een ton goud.'
Plotseling werd een briefje onder de deur van het radiolokaal geschoven, afkomstig van de Organisatie voor de Sociale Schoonmaak. ‘We hebben de dictator die ons volk kwam verdelen gevraagd terug te keren naar zijn land. Hij wil niet luisteren, onze kogels zullen hem dus naar de andere wereld helpen.'
Gruloos besloot kalm te blijven en niet te reageren. Pas drie maanden later, in juni, luidde hij voor het eerst in 24 jaar de alarmbel. Toen klaagden inwoners van Agel, een gehucht naast de mijn, over testboringen van Montana op hun gronden. Ze vreesden voor hun watervoorraad. De Marlin-mijn verbruikt twaalf liter water per seconde, meer dan een miljoen liter per dag. Volgens zuster Maudilia komt een boerenfamilie daar 91 jaar mee toe. Er zouden in de regio acht waterputten opgedroogd zijn sinds de komst van de mijn.
Gruloos ging poolshoogte nemen, maar kon het conflict niet oplossen. Twee dagen daarna stak een boze menigte de boorinstallaties en een pick-up van Montana in brand. Moederbedrijf Goldcorp schreeuwde moord en brand. Canada communiceerde dat een pastoor en zijn non boeren met stokken, machetes en pistolen aanvoerden. ‘Ik heb nog nooit een wapen gezien,' zegt Gruloos daarover. ‘De mijn heeft me nooit om mijn versie gevraagd. Ze logen, zoals ze altijd liegen.'
Na het incident vroeg de ceo van Montana in een persoonlijke briefwisseling met de bisschop van het departement San Marcos om Gruloos weg te halen uit San Miguel. Maar de bisschop bond niet in: Gruloos blijft.
Op 16 juni, een paar dagen na de brand, organiseerde Montana een vredesmars van de mijngroeve naar de kerk. 1.400 in het wit uitgedoste werknemers en sympathisanten van het mijnbouwbedrijf legden bij de kerk witte rozen neer en eisten het vertrek van de dorpspastoor. ‘Waarom geweld nu er vrede heerst?', klonk het. ‘Stop het aanzetten tot geweld, padre!'
‘Dat was het begin van een lastercampagne waarin het bedrijf me systematisch beschuldigt van het aanzetten tot geweld', zegt Gruloos. ‘Ik heb een klacht ingediend en een open brief geschreven aan Goldcorp.' In die brief neemt Gruloos geen blad voor de mond: ‘Uw bedrijf zet zijn arbeiders tegen ons op. Als de confrontatie niet stopt, kan het hier ontploffen.'
Zware metalen

Zondagochtend. Mannen met cowboyhoeden en vrouwen in geruite rokken, hun kind op de rug, stromen de kerk binnen. Aan het altaar projecteert de pastoor foto's die een onderwijzer van zijn leerlingen maakte: zieke kinderen met zweren en kale plekken. Druk gefluister: ‘Zouden er toch te veel zware metalen in het water zitten?'
COPAE, een onderzoekscommissie van het bisdom die het rivierwater analyseert, beweert dat al twee jaar. ‘We onderzoeken de rivieren stroomopwaarts en stroomafwaarts van de mijn,' legt biologe Ana Gonzalez uit. ‘Stroomopwaarts is er geen probleem. Voorbij de mijn overschrijden de hoge concentraties arsenicum, koper, zink en andere metalen de normen van de Wereldbank en laten ze die van Canada ver achter zich. Wie het water gebruikt om te wassen, zijn akkers te besproeien of te koken, kan ziek worden.'
Maar niet iedereen gelooft de onderzoekscommissie van het bisdom. Niet onpartijdig genoeg en niet verbonden aan een gecertificeerd laboratorium, luidt het. Het Guatemalteekse ministerie van Milieu zegt geen middelen te hebben om het water of de zieke kinderen te onderzoeken. En Montana wijt de huidziektes aan gebrekkige hygiëne.
Goudontginning is volgens ngo's als Oxfam en Earthworks nochtans één van de meest vervuilende industrieën ter wereld. De impact op het landschap is enorm — waar een berg is, komt een krater — en om de gouddeeltjes aan de afgegraven rotsmassa te onttrekken wordt cyanide gebruikt, een erg giftige stof.
In 2008 besproeide de Marlin-mijn 1.845.000 ton bergwand met een cyanideoplossing. Dat zijn 13 olympische zwembaden vervuild rotsafval per week. In haar vijfjarig bestaan gebruikte Montana meer dan 3,2 miljoen kg cyanide. Het grootste milieugevaar dat moderne dagmijnbouw meebrengt, zo geeft de mijnindustrie zelf toe, is zure mijndrainage. Dit onomkeerbare proces treedt op als sulfiden van de afgegraven rotsmassa in contact komen met de weerelementen en het rivierwater verzuren. Gruloos vreest voor de landbouw in zijn dorp: ‘Als Montana hier in 2015 vertrekt, blijven wij met een ondergrond vol zware metalen zitten.'
Wegen en schooltjes

‘Na de ochtendmis werd ik aangesproken door de moeder van de onderwijzer die de foto's van zijn zieke leerlingen maakte', vertelt Gruloos. ‘Of ik alsjeblieft wilde verzwijgen wie die foto's nam, omdat ze bang was voor haar zoon. Om maar te zeggen wat voor een angstklimaat hier heerst.'
Volgens Gruloos komt die angst voort uit het geld dat de mijn in San Miguel binnenbrengt. ‘Montana betaalt zijn werknemers meer dan behoorlijk: de ongeschoolde arbeiders verdienen tweehonderd euro, zeventig euro meer dan arbeiders in de rest van het land. Die arbeiders zijn tot veel in staat om hun inkomsten te verdedigen. Ze waarschuwen mijn catechisten dat er bloed zal vloeien als ze nog over de vervuiling spreken. Of ze komen 's nachts, in een dronken bui, in de lucht schieten voor hun huis.'
Daarnaast investeert de mijnmaatschappij fors in de gemeenschappen: asfaltwegen, bruggen, elektriciteit, schooltjes en een gezondheidspost in de kleuren van haar logo. ‘Wie zich openlijk tegen de mijn verzet, krijgt de hele gemeenschap over zich heen: “Als jij met die pater blijft samenwerken, is het jouw schuld dat we straks geen asfaltweg krijgen”. Het is een vorm van terreur.'
Kruimels voor de armen

Foto Steven Heyvaert
Een andere onderwijzer, Sergio Lopez (35), is het daarmee eens. ‘Op een buurtvergadering in augustus werd beslist om de kleine projecten die Montana ons aanbood, niet te aanvaarden', zegt hij. ‘Omdat ik een van de weinigen in het dorp ben die kan schrijven, werd mij gevraagd om het verslag van de vergadering te maken. De vergadering verliep zonder problemen, maar 's avonds stond mijn buurman plots voor mijn deur te schreeuwen dat ik naar buiten moest komen, dat hij me zou vermoorden. Ik was bang en sloot me op in mijn kamer. De man verkoopt bouwproducten die Montana zou kunnen gebruiken in zijn projecten. Hij was boos was dat die waren weggestemd.'
De investeringen van Montana in San Miguel beliepen tussen 2006 en 2008 zo'n 1,2 miljoen euro. Toch geen klein bier.
‘Dat zijn kruimels voor de armen,' vindt Gruloos. ‘Zeker in vergelijking met het geld dat naar Canada vloeit, gaat het om verwaarloosbare bedragen.'
Montana maakte in diezelfde periode dankzij de stijgende goudprijs een nettowinst van 123 miljoen euro. Moederbedrijf Goldcorp, dat zich er in zijn jaarrapport op beroept 's werelds efficiëntste en snelst groeiende goudproducent te zijn, bezit veertien mijnen in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika: goed voor 1,5 miljard euro nettowinst sinds 2006.
‘Die gemeenschapsprojecten moeten van de overheid komen', zegt Gruloos, ‘niet van een bedrijf dat de publieke opinie voor zich wil winnen. Op feestgelegenheden staan ze hier als Sinterklaas snoepjes uit te delen aan de kinderen. De ouders krijgen een kippenbil. Dat is gewoon pervers.'
Goldcorp verbindt zich ertoe sterke, open en transparante relaties op te bouwen met de gemeenschappen. ‘Daar betalen we vijfentwintig promotoren voor', zegt Filogonio Gomez, woordvoerder gemeenschapsontwikkeling bij Goldcorp. ‘Vijftien daarvan zijn lokale leiders in de gehuchten rond de mijn. Die informeren de mensen over het bedrijf, en omgekeerd. Ze voelen perfect aan wat er leeft in hun gemeenschap.'
‘En daar profiteert de mijn van,' vult Gruloos fel aan. ‘In de burgeroorlog ging men op dezelfde manier te werk om gemeenschappen te controleren. Ze zoeken openingen om verdeeldheid te zaaien. Familiedisputen of alledaagse conflicten komen plots in het teken van het mijnconflict te staan. Ze bieden bijvoorbeeld de zus van lokale verzetsleiders werk aan, om hun tegenstanders te muilkorven. Hele families worden uit elkaar gescheurd.'
Dina Aloi, bij Goldcorps hoofd Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, kaatst de bal terug. Ze begrijpt niet dat de katholieke kerk mensen tegen elkaar opzet en verdeeldheid zaait. De Belg in zijn pastorij blijft lang stil als hij die uitspraak krijgt voorgelegd. ‘Kijk, Guatemalteken hebben een aangeboren respect voor gezag', zegt hij uiteindelijk. ‘Vrouwen zwijgen als ze slaag krijgen, boeren onderwerpen zich slaafs aan koffiebazen... Maar soms moet je tegen het gezag ingaan. Het is voor het eerst in 24 jaar parochiewerk dat ik sommigen vrijuit hoor spreken.'
Prostitutie is geen ontwikkeling

Foto Alejandro Alfaro
‘Ach, ze verwijten me ook dat ik de revolutie preek, omdat ik over de sociale en ecologische impact van de mijn spreek in plaats van over God. Ze willen dat ik een voorbeeld neem aan de Pinkstergemeenschappen hier, en me beperk tot evangeliseren. De meeste evangelische kerken, die twee derde van de dorpsbewoners hier ontvangen, zwijgen in alle talen over de mijn. Ze houden de mensen kalm. Ik ben er zeker van dat Goldcorp daar miljoenen in pompt. Het bedrijf misbruikt het geloof. Vertel mij eens, waar zit God in de globalisering? Bij de rijken of bij de armen?'
Wil Gruloos de goud- en zilvermijn dan weg? De pastoor twijfelt. ‘Je kunt de mijn niet plots sluiten. Meer dan 800 grote gezinnen zijn er afhankelijk van. Dat is misschien een vijfde van San Miguel, een arm dorp waar één op de tien het geluk in de VS gaat zoeken.'
Gruloos weet dat hij San Miguel geen alternatief kan bieden. Maar hij wil dat de onrechtvaardige leegroof stopt. Goldcorp betaalt maar één procent van de totale productie aan de staat voor het gebruik van de natuurlijke rijkdommen. De helft daarvan is voor San Miguel. ‘Goldcorp volgt de regels van het spel en schuift alle verantwoordelijkheid af op de staat, en eigenlijk hebben ze gelijk. Maar dan moeten ze ook niet zeggen dat ze ontwikkeling brengen.‘Vóór de komst van de mijn waren er tien cafés in het dorp, nu 44. Men zegt dat er prostitutie is. Dat heeft niets te maken met ontwikkeling. In het Mam bestaat er niet eens een woord voor.'
‘Sinds de komst van de mijn staat alles hier op zijn kop voor het geld. Ik zeg het niet graag, maar een goudmijn haalt het slechtste in de mens naar boven.'
Labels:
de consumens,
de natuur,
gepubliceerd,
Guatemala,
het bedrijf
donderdag 5 november 2009
Niet tevreden met uw korte benen?
dinsdag 3 november 2009
Hamster Rave's ecologische pootjesafdruk

Voor de baasjes die nog een stoer, pluizig, verstandig en niet onknap huisdier met een kleine ecologische pootjesafdruk, zoeken: Hamster Rave doet niet in huis en staat open voor bijna alle voorstellen, zolang het geen pijn doet.
donderdag 22 oktober 2009
Wanneer vogels plastic eten


Chris Jordan maakte foto's van dode albatrossen in Midway Atoll, een streep zand in de Pacific. De jonge vogels zitten boordevol plastic afval, dat hun ouders voor voedsel aanzagen. Meer beelden op zijn website.
vrijdag 9 oktober 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)


