Posts tonen met het label het bedrijf. Alle posts tonen
Posts tonen met het label het bedrijf. Alle posts tonen

donderdag 30 juni 2011

Een Belgische asbestberg in Argentinië

In een buitenwijk van Buenos Aires ligt tachtigduizend ton asbestafval. (Foto Edgardo Lobos)


Niemand keek ervan op toen eind jaren negentig tienduizend met bouwafval gevulde vrachtwagens door de buurt reden. In González Catán, op veertig kilometer van Buenos Aires, was afval een onderneming als een andere. Het bijzonder transport van Eternit Argentina S.A., een filiaal van de Belgische multinational Etex Group, reed tussen de rookpluimen van de officiële en clandestiene stortplaatsen door.

Aan een uitgegraven kuil, een hectare van zeven meter diep, hielden ze halt om er tienduizenden kubieke meters met asbesthoudende golfplaten, leidingen en cementresten in te kieperen.

Er ging een zeil overheen en niemand keek er meer naar om. Maar afval trekt afval aan. Bewoners ontdekten het asbeststort eind 2010 en informeerden gemeenteraadslid Lobos. Twaalf jaar na het begin van de stortingen voeren ze, samen met Greenpeace, actie.

Groeiende berg

“Zie je die muur?” vraagt raadslid Edgardo Lobos. “Die heeft Eternit hier deze week gezet, nadat ik klacht indiende en Greenpeace het verhaal aan de grote klok hing. Daarvoor werd het terrein enkel afgespannen door een draad. Er was niet eens een gevarenbordje. Iedereen kon hier zomaar binnen en buiten.”

Gemeenteraadslid Edgardo Lobos naast een vervuilde rivier in González Catán (Foto Sam Verhaert)

Hij wijst naar het bultige, overwoekerde terrein achter de muur. “Dit is een ‘beveiligde opslagplaats’ voor asbestresten, una celda de seguridad. Vreemd genoeg is de berg met de jaren blijven groeien. Het bouwafval is blootgesteld aan de weerselementen. Op een paar honderd meter hiervandaan liggen vier woonwijken en asbestvezels hou je niet tegen met een muur.”

“Dat klopt,” zegt asbestexpert Eduardo Rodríguez. “Het inademen van een minimale hoeveelheid microscopische vezels kan dodelijke ziektes als longkanker, asbestosis en mesotelioma veroorzaken, zelfs tientallen jaren later.” Volgens de dokter is er geen vuiltje aan de lucht zolang de viezigheid zorgvuldig is begraven. “Maar als dat niet het geval is, zoals Greenpeace zegt, dan heeft González Catán er een probleem bij.”

Helikopter

González Catán is een dramatisch uit zijn voegen gebarsten dorp – even groot en dicht bevolkt als de stad Luik – dat tegen Buenos Aires aanschurkt. Maar voor de bewoners is de Argentijnse hoofdstad ver weg: “God is overal maar doet zijn zaakjes in de hoofdstad,” zegt één van hen. De skyline van González Catán wordt gemarkeerd door de groene vuilnisbergen van één van de grootste storten van de hoofdstad.

Het dorp is één van de vergeten steden in het stroomgebied van de Matanza-Riachuelo. In dit niemandsland wonen vijf miljoen inwoners? Dat is twaalf procent van de Argentijnse bevolking. Meer dan de helft van hen heeft geen riolering. Decennialang loosden leerlooierijen, papierfabrieken en andere industrieën ongestraft hun chemicaliën en zware metalen. De industrie, de bewoners en de opslag van vuilnis maakten het stroomgebied tot één grote risicozone in de achtertuin van Buenos Aires.

Greenpeace voert actie op de beveiligde opslagplaats van Eternit, februari 2011

Om het probleem in la capital op tafel te krijgen schakelden raadslid Lobos en de buurtbewoners de hulp en de camera’s van Greenpeace in. De milieubeweging kwam zelf bodemstalen nemen en in februari 2011 cirkelde er een helikopter boven het veld. Een spandoek waarschuwde voor ‘Gevaarlijk Afval’.

Tien bodemstalen

“We vonden bouwresten tot aan de kant van de weg,” zegt campagneleider Consuelo Bilbao van Greenpeace, “terwijl de wet zegt dat er een veiligheidsperimeter van vijftig meter rond het stort moet zijn. Eternit dekte het asbestafval wel af met een plastic membraan, maar dat zit slechts zestig centimeter diep onder de grond in plaats van de vereiste twee meter. En in de beschermende grondlaag die daarboven werd gestort vonden we eveneens asbest. Het Nationaal Instituut voor Industriële Technologie (INTI) en een gespecialiseerd laboratorium in Texas, bevestigden in zeven van de tien bodemstalen dertig procent chrysotiel (witte asbest, nvdr).”

“Dat is vrij hoog,” geeft Karel De Wilde, persvoorlichter van Etex Group, aan de telefoon in Brussel, toe. Maar zolang de vezels ingekapseld zitten in het beton is er volgens hem geen gevaar. “De storting gebeurde volledig volgens het boekje.”

Resten van verhard cement bovenop de stortplaats (Foto Edgardo Lobos)

Het boekje

Maar wat zegt het boekje eigenlijk over tachtigduizend ton asbestafval? Volgens de milieuwetgeving van de Provincie Buenos Aires hoort het giftig goedje thuis in een ‘beveiligde opslagplaats’. Oorspronkelijk lag het asbestafval midden in de woonwijk San Justo, 15 kilometer verder. Toen Eternit de fabrieksterreinen in San Justo van het bedrijf Monofort overkocht in 1989, kreeg het bedrijf er die afvalberg bij.

Die moest daar weg. Wat ooit werd aangeprezen als hittebestendige en nimmer verslijtbare vezels – asbestos is Grieks voor onvernietigbaar – verhuisde uiteindelijk van San Justo naar de vergeetput van het meer landelijke González Catán.

“Eternit heeft veel geïnvesteerd om van dat afval af te geraken,” zegt dokter Rodríguez. “De onderneming kende de gevaren van asbest. In verschillende landen spanden asbestslachtoffers immers processen aan. Bovendien wisten ze dat ik, in opdracht van het Ministerie voor Volksgezondheid, een wettelijk verbod op asbest aan het uitwerken was. In 2003 zou dat rond zijn, twee jaar vroeger dan in Europa. Op dat moment had de Etex Group zelf de vezel al definitief uit haar vestingen gebannen.”

Gestolen omheining

Maar hoe verklaart het bedrijf dan dat er bouwmaterialen met het Eternit-zegel open en bloot tussen het onkruid liggen? Karel De Wilde: “Iedereen gebruikt bouwmaterialen van Eternit in Argentinië. Dat betekent niet dat wij het daar gestort hebben. We gaan dat opruimen, uiteraard, maar het is niet van ons.”

In mei 2011, na herhaalde acties van Greenpeace ommuurde Eternit het terrein (Foto Sam Verhaert)

Kon iedereen daar dan zomaar binnen en buiten wandelen om zijn cementresten, leidingen en dakpannen te storten? Agustín Cozzi, zaakvoerder van Eternit Argentinië heeft een antwoord: “We hebben veel problemen gehad met de beveiliging van het domein. González Catán is geen eenvoudige buurt. Onze omheining is verschillende keren gestolen en de bewaker van het terrein is een paar keer overvallen.”

Voor Greenpeace zijn dat flauwe excuses. “Het is Eternits verantwoordelijkheid om het terrein te bewaken.” benadrukt Consuelo Bilbao. “Es una celda de seguridad!”

Foute vijand

Waakt er eigenlijk iemand over bedrijven als Eternit? “Hier in González Catán is alles toegestaan,” gromt oppositielid Lobos. Daarom klaagde hij naast Eternit ook de verantwoordelijke plaatselijke autoriteiten aan, maar daar wringt het schoentje: dat blijken er meer dan een te zijn.

Het stroomgebied van de 64-km lange Matanza-Riachuelo valt immers onder drie jurisdicties: de nationale Staat, de Provincie Buenos Aires en de Autonome Stad Buenos Aires. Een ‘gedeelde verantwoordelijkheid’ was jarenlang synoniem voor ‘geen verantwoordelijkheid’. Het resultaat hoopte zich letterlijk op in González Catán.

Het terrein ligt vlakbij verschillende woonwijken (Google Maps)

Lobos’ klacht ligt nu op het bureau van de rechter. Of in de kast. Eternit-zaakvoerder Cozzi is er alleszins van overtuigd dat zijn bedrijf niets te vrezen heeft. “Dit is een storm in een glas water. Een kleine onvoorzichtigheid van onzentwege. Er zijn duizenden actoren die dit gebied maken tot wat het is. Raadslid Lobos en Greenpeace hebben de foute vijand gekozen.”


dinsdag 28 juni 2011

[Aankondiging artikel] Een Belgische asbestberg in Argentinië

In een door God vergeten buitenwijk van Buenos Aires ligt tachtigduizend ton asbestafval. Eternit Argentina, een filiaal van de Belgische bouwmaterialenreus, begroef het er twaalf jaar geleden in een beveiligde opslagplaats die allesbehalve veilig blijkt. Een onderzoek uit Argentinië.



Lees het volledige artikel donderdag 30 juni 2011 op Apache.be

vrijdag 13 mei 2011

[infographic] How to make a tiny and shiny golden ring?



[Click to see my first infographic on visualizing.org]

As international gold price hits records, mining companies are struck by gold fever. Gold mining is big business - the last decade, gold price has risen 346% - and it's carried out on a massive scale.

To get a minimal idea of the huge environmental and social impact of this industrial activity, one should zoom in: what is needed for a 10 gr golden ring?

Lots of rock to be removed, lots of water spoiled and lots of toxic chemicals used, provoking local conflicts with affected communities all over the world. More in developing countries, where local regulations are weak and labor is cheap.

Zoom out again. An average gold mine produces more than just one ring a day: 25 kg to be exact. The last decade, a yearly average of 2.400 tons of gold was mined worldwide.

That's the equivalent of 240 million rings. And tons and tons of mining waste. Nothing shiny and tiny at all.

[it' my first infographic ever, so feel free to comment.]

dinsdag 22 maart 2011

Minolta 1978





Handleiding van de Minolta XG-1 (1978), die ik gebruik voor de opleiding fotojournalistiek. Het toestel wordt aangeschreven als lightweight and compact. Het weegt vier keer zoveel als mijn digitale camera, maar doet het na vier (of drieëndertig) jaar wel nog steeds. Eat this, Mediamarkt!


maandag 28 februari 2011

Wolkenkrabbers en hoogvliegers

São Paulo trilt van de studie-ijver. Het optimisme van de studenten overstijgt de wolkenkrabbers van de Braziliaanse miljoenenstad. Het is moeilijk de voeten op de grond te houden. ‘We willen genoeg geld verdienen én tijd hebben om het op te doen.’


Foto Rogerio Melo _

SAM VERHAERT, SÃO PAULO (18/02/11, De Tijd)

FGV-EAESP, een van de meest prestigieuze businessscholen in Zuid-Amerika, ligt niet aan de rand van een favela. Het leger buldert er niet met tanks voorbij op zoek naar drugsbaronnen. En op de stoep staan geen opdringerige venters, lijm snuivende straatkinderen of getatoeëerde bendeleden. De blitse wolkenkrabber van de Fundação Getulio Vargas staat in het hartje van São Paulo’s financiële centrum. De jongeren die er studeren, zijn nu al binnen. Braziliaanse bedrijven plukken hen zo van de collegebanken.

FGV-EAESP mag dan een naam hebben die deuren opent, zonder pasje blijven die van de privé-universiteit gesloten. Onder het oog van een zwarte bewaker, een geblondeerde receptioniste met blauwe oogschaduw en een camera, zippen studenten in maatpak zichzelf binnen. Bij mij zijn vijf telefoontjes en een kopie van mijn paspoort nodig. ‘Niet iedereen komt er zomaar in’, waarschuwt academisch directeur Maria Tonelli. ‘Zoals elk bedrijf denken we aan de veiligheid van onze studenten en docenten.’

Cappuccino

Tijdens de rondleiding wordt duidelijk waarom Maria Tonelli haar onderwijsinstelling een onderneming noemt. Op het gelijkvloers springt meteen de Citibank-lounge in het oog, exclusief voor masterstudenten die met een cappuccino binnen handbereik willen internetten in een designsofa. In een gezellig hoekje van de lounge staat een bankautomaat.

Op de eerste verdieping zitten de Banco Santander- en de Petrobras-aula. Cadeautjes van ex-studenten die het hebben gemaakt in het Braziliaanse bedrijfsleven. De negende verdieping herbergt het schoolfiliaal van de Bradesco-bank. Handig, want met het maandelijkse collegegeld van 2.422 Braziliaanse reais (1.075 euro) loop je in São Paulo niet over straat.

Volgens Maria Tonelli weerhoudt die prijs studenten uit alle hoeken van het land er overigens niet van zich in São Paulo te komen klaarstomen voor de arbeidsmarkt. ‘Voor het eerst krijgen we ook meer buitenlandse studenten op uitwisseling dan dat er studenten van ons vertrekken. Waarom zouden ze? We vertellen hen al jaren dat Brazilië ’t eeuwige land van de toekomst is. En nu zien ze dat die toekomst er eindelijk is.’

"Mijn generatie laat geen kansen liggen. Nog voor 2025 is Brazilië de vijfde economie ter wereld" (Patrícia Rezende, 25 jaar)

Aan de andere kant van de stad, in de wolkenkrabber van de Business School São Paulo (BSP). ‘Reken maar van yes! Nog vóór 2025 zijn wij de vijfde economie ter wereld’, zegt de MBA-studente Patrícia Rezende (25) terwijl ze uit het raam tuurt, een slagroomsoes in de ene en een verse sinaasappelsap in de andere hand. De receptie na een lezing over sociale media is een prima plek om te netwerken.

Patrícia werkte sinds haar 16de, maar ging opnieuw studeren toen ze zag dat sociale netwerken dezelfde vlucht vooruit namen als de economie. Van alle internetgebruikers zijn Brazilianen diegenen die het meeste tijd doorbrengen op blogs en sociale netwerken, vooral op Googles Orkut. ‘Mijn generatie laat geen kansen liggen. We zijn opgegroeid met sociale media. Dat maakt ons enorm proactief’, zegt Patrícia. ‘Volgend jaar lanceer ik met een paar medestudenten een bedrijfje. Neen, daar kan ik nog niets over zeggen, ‘t blijft geheim.’

Armando Colletto, de decaan van de BSP, komt erbij staan. ‘Voel je het optimisme? Daar heeft deze generatie alle redenen voor. De Braziliaanse economie bevindt zich op een zeer bijzonder punt. De combinatie van stabiel politiek beleid (niemand verwacht veranderingen onder presidente Dilma Rousseff), een sterke munt, snelle economische groei en grootse infrastructuurwerken voor de wereldbeker in 2014 en de Olympische Spelen in 2016 maakt van Brazilië een veilige haven voor investeerders. De toekomst lacht deze jongeren toe.’

"We werken op café of op de universiteit. Mijn laptop is mijn kantoor." (César Matsumoto, 24 jaar)

César Matsumoto (24) is die toekomst al aan het schrijven. Nog voor hij afstudeerde aan FGV-EAESP, werkte hij al als ‘consultant in complexe intelligentie’. Als hij me ziet fronsen, stelt hij voor naar het Engels over te schakelen. Daarna tekent hij een mindmap met pijlen naar begrippen als ‘transdisciplinaire dialoog’ en ‘U-theorie’. De young potential praat als een dertiger. Multinationals en het stadsbestuur van São Paulo huren hem geregeld in om innovatieprocessen te begeleiden.

Ik ontmoet César de volgende dag in The Hub, een vrijplaats voor jonge ondernemers in de sociale economie. Webdesigners met ingewikkelde brilmonturen, investeerders in pak en kunstenaars op teenslippers zitten op multifunctionele designmeubels van gerecycleerd karton. Ze discussiëren over de ecologische uitdagingen van het WK en de Spelen. De ruimte baadt in het licht, er zijn druiven en bananen in houten bakjes. ‘Ideaal, want ik mis soms wat vitaminen’, zegt César lachend. ‘We zijn een snelle generatie. We werken op café of op de universiteit. Mijn laptop - binnenkort koop ik een Mac - is mijn kantoor.’

Op zijn 18de droomde César van een wereld zonder grenzen. Nu zegt hij realistischer te zijn. ‘In 2025 heb ik mijn eigen consultancybureau. Multilatina uiteraard, want ook in de omringende landen zijn zaken te doen. Dat vergeten mijn leeftijdsgenoten wel eens.’ César is een wereldverbeteraar, maar eentje met beide voeten in de wereld. Dat mag best wat opbrengen. Hij werkt nu voor 200 reais per uur (90 euro). Binnen vijf jaar wil hij 500 reais vragen, net geen minimum maandloon in Brazilië.


Césars verhaal is dat van vele Brazilianen. Toen zijn ouders, Japanse immigranten, in de jaren zestig aankwamen, verkochten ze zelfgemaakte juwelen. Ze pikten een graantje mee van de economische groei en schoven op naar de C-klasse. Die ‘nieuwe middenklasse’ heeft een maandinkomen tussen 1.126 en 4.854 reais (506 tot 2.181 euro). Toen Luiz Inácio Lula da Silva in 2003 begon te regeren, kon 27 procent van de bevolking zich
tot de C-klasse rekenen, nu is dat al 50,5 procent.

Zwart-wit

César was een voorbeeldige student en kreeg een renteloze lening van FGV-EAESP. ‘Maar dat heb ik verzwegen. Uit schaamte. Het is een school voor rijken. Heb je gemerkt dat er geen enkele negro rondloopt?’ Een teer punt. Brazilië is een van de tien meest ongelijke landen ter wereld. Er is verbetering maar de ongelijkheid kleurt er nog altijd behoorlijk zwart-wit. Maatschappelijk succes lees je vaak af aan de huidskleur. ‘De zwarten die ik op de universiteit heb gezien, werkten als bewaker of onderhoudspersoneel’, zegt César.


Hoe zit dat op de publieke universiteiten, waar de helft van alle studenten school loopt? In de gangen van de faculteit economie van de Universiteit van São Paulo (USP) is er op het eerste gezicht meer kleur. Dit jaar zullen er bijna 3.000 economen afstuderen. De USP onderricht zo’n 88.000 jongeren, op kosten van de staat. Josué Braga (25), laatstejaars boekhoudkunde, zou het anders niet kunnen betalen. Hij komt uit Bahía, de zwartste staat van het land.

‘Ik kus beide handen dat ik hier binnen ben geraakt. De onderwijskwaliteit aan privé-universiteiten, op dure scholen als FGV-EAESP na, verbleekt bij die van de USP’, zegt hij. Volgens de jongste Academic Ranking of World Universities is dat zelfs de beste van het continent. Josué heeft er hard voor moeten blokken. ‘De toelatingsproeven zijn zo moeilijk dat je er enkel in komt als je over een degelijke achtergrondkennis beschikt.’

"Ik blijf proberen tot ik in de toelatingsproeven slaag. Ik wil journalist worden." (Marila, 22 jaar)

En daar knelt nu net het schoentje. Alle professoren en studenten zeggen het, maar Josué kan het weten: het publieke basisonderwijs is ondermaats. Klassen met veertig leerlingen, slecht betaalde leerkrachten, te weinig leermiddelen. Volgens het nationaal onderwijsinstituut INEP zit 85 procent van de schoolgaande jeugd in hetzelfde schuitje. Wie het geld heeft, stuurt zijn kind tussen zijn 6 en 17 dus naar een dure privéschool (15%), om op latere leeftijd gratis hoogstaand onderwijs te genieten.

Men verwijt Lula da Silva - de eerste Braziliaanse president zonder universitair diploma - zijn eenzijdige investeringen in hoger onderwijs. Maar voor de decaan van de USP-faculteit economie, Reinaldo Guerreiro, maakte Lula de juiste keuze. Glunderend zegt hij dat de evaluatiecommissie CAPES zijn masteropleidingen administratie en economie zonet met de hoogste scores van het land heeft beloond. ‘Wat ik zeg, is niet democratisch. Maar voor mij is dit een noodzakelijke opoffering om straks een goed onderrichte elite van masters en MBA’s aan het hoofd van ons land te krijgen.’

Marila (22) is zover nog niet. Ze woont in een arme buitenwijk van São Paulo. Ik tref haar in een aula van de rechtenfaculteit, een voormalig klooster en een van de oudste gebouwen van het stadscentrum. Het marmer blinkt. Een trap kronkelt prestigieus rond een galerij met schilderijen van voorname clerici.


Marila zit met haar vriendinnen, 16 en 18, te giechelen op de tweede rij. Ze dragen sportschoenen met een logo dat lijkt op dat van Nike. Een schooljaar lang komen ze hier bijscholen in de zogenaamde cursinho. De niet-gouvernementele organisatie Educafro gebruikt de aula om leerlingen van afro-Braziliaanse afkomst, wiens ouders geen goed basisonderwijs konden betalen, klaar te stomen voor de toelatingsproeven van de publieke universiteit.

Brahma

Marila heeft er net de eerste proeven op zitten. ‘Ik begreep er niet veel van, zo veel moeilijke woorden. Maar als ik nu niet slaag, blijf ik proberen. Ik wil journalist worden.’ Haar leerkracht geschiedenis knikt haar bemoedigend toe vanachter zijn katheder. Na de les vertrouwt hij me toe dat die kans klein is. Van de vier jongeren die volgend jaar aan de USP mogen beginnen, zal er maar één op een publiek schooltje hebben gezeten.


Als ik uit de aula kom, begint het te gieten. Prostituees die als flamingo’s tegen de etalage van de Banco do Brasil staan, halen een paraplu boven. Donkere figuren tegen de gevel van de faculteit schuilen onder kleurloze dekens. Een man op teenslippers pist in een hoek.

In de kelder van de rechtenfaculteit is het droog. Studenten roken rond een tafelvoetbal. Het rode licht van de toog belicht een karikatuur van presidente Dilma. In deze ‘fakbar’ heeft haar huidige vicepresident nog nachtenlang zitten discussiëren. Tweedejaars Diego Degani (26) en Daniel Teixeira (27) vieren het einde van de examens. Ze praten over voetbal en drinken Brahma, een Braziliaans biermerk van AB InBev.

‘Het lukt waarschijnlijk niet eens om een ticket te krijgen voor de wedstrijden in onze stad,’ zucht Diego. Daniel vult aan: ‘We zijn heel pessimistisch over de wereldbeker. Dit land beschikt niet over de infrastructuur om zo’n evenement te organiseren.’ De geplande snelheidstrein die je in tweeënhalf uur van São Paulo naar Rio de Janeiro zou brengen, lijkt er in elk geval niet meer te komen vóór 2014. Voor de Olympische Spelen lukt het misschien nog net.

"Sommige jongeren denken dat de wereld is ontstaan op het moment dat ze werden geboren." (Maria Tonelli, directeur FGV-EAESP)

Toen bekend raakte dat Rio de Spelen binnenhaalde, zei president Lula, met de tranen op zijn wangen, dat zijn land niet langer tot de tweede klasse behoorde. Daniel gelooft er niet echt in. ‘Sommigen gaan hier heel veel geld aan verdienen. Vandaar de opgeklopte euforie. Maar in de Braziliaanse politieke context staan zulke evenementen voor massale fraude.’

Politiek. Bijna alle studenten die ik spreek, hebben er iets over te zeggen. Goed bezig, te links, te rechts. Eén constante in de verhalen: te corrupt. Lula’s presidentschap kende inderdaad de nodige schandalen. En zijn opvolgster, Dilma Rousseff, heeft het thema vooralsnog niet bovenaan op haar agenda gezet. Veel jongeren van de gouden generatie keren de oude politieke cultuur dan ook de rug toe. Ze kijken vooral naar hun portemonnee. In de woorden van één van hen: ‘We willen genoeg geld verdienen én tijd hebben om het op te doen.’ Diego en Daniel zijn tevreden met een job als rechter. ‘Maar niet in de hoge magistratuur, die zijn politiek benoemd.’

Diego en Daniel bestellen nog een liter bier. Een paar stoelen verder zit Victor Gadelha (20). Hij is niet vies van de politiek. Vertegenwoordigt al twee jaar de studenten in de Faculteitsraad. Kan het goed uitleggen, een echte advocaat. Hij heeft zich pas nog kwaad moeten maken over de kortzichtigheid van sommige medestudenten om privé-initiatief buiten de universiteit te willen houden. ‘Ik kan uren praten over de thema’s van je artikel’, snoeft hij. We vertrekken naar zijn appartement.

De B van Big

De plassen zijn alweer opgedroogd, diesel dampt door de straten. Victor is in kostuum. Hij komt net van zijn stage, een advocatenkantoor met 400 werknemers. Hij stelt voor de metro te nemen, maar vertelt er meteen bij dat hij wel een eigen auto heeft. ‘Maar het verkeer in deze stad is een hel. Ik gebruik hem enkel om met vrienden naar het winkelcentrum te gaan, mijn Volkswagen Fox 2011 1.6. Een cadeautje van mijn pa.’

Victors vader is een bouwondernemer in Fortaleza, 3.000 kilometer ten noorden van São Paulo. ‘Een achtergestelde regio die zich snel zal ontwikkelen. Er vestigen zich steeds meer bedrijven, en die hebben goede advocaten nodig. Binnen tien jaar heb ik er mijn eigen kantoor: mijn manier om iets terug te doen voor de regio. De markt in São Paulo is toch verzadigd.’

Als we zijn appartement naderen, in het financiële centrum, vraagt hij me bezorgd naar de toestand in Europa. Hij is niet de eerste die denkt dat het hele continent op straat staat te schreeuwen voor een boterham. De financieel-economische crisis is redelijk geruisloos aan de Brazilianen voorbijgegaan. Victor is daar best trots op: ‘We kunnen heus wel wat hebben op dit moment in de geschiedenis. Van alle BRIC-landen staan wij er het beste voor.’

Het kan aan hun optimistische geest liggen, maar voor zowat alle Brazilianen die ik spreek, staat Brazilië niet voor niets vooraan in de afkorting van ‘The big four’. Meest gehoord: ‘Brazilië heeft een grote voorsprong op de andere BRICs op het vlak van democratie.’ Ook vaak vermeld: ‘De BRIC-landen zijn grote afzetmarkten. Kijken hoe we straks kunnen samenwerken.’

Victor stelt me voor aan een vrouw die hij zijn secretaresse noemt. Het blijkt een empregada, een meid. We zien haar koken, wassen en schoonmaken voor Victor en zijn twee huisgenoten. ‘Veel meer dan een ei bakken, kunnen we niet’, zegt hij lachend. Zijn maten zijn er niet. Op hun bedden liggen stapels onuitgepakte cursussen. Een van hen heeft anderhalve meter flatscreen tegen de muur hangen. ‘Die jongen staat al wat verder dan ik,’ legt Victor uit. Maar hij ziet het minstens even groot.

Maria Tonelli van FGV-EAESP glimlacht om zoveel zelfvertrouwen. ‘Deze generatie heeft de recessie en mega-inflatie van de jaren tachtig niet meegemaakt. Sommige jongeren denken dat de wereld is ontstaan op het moment dat ze werden geboren. Ze moeten nog leren alles een beetje in perspectief te zien.’


In een immer uitdeinende stad met 11 miljoen inwoners, de tweede helikoptervloot ter wereld en het zesde grootste bruto nationaal product ter wereld is dat niet evident. Zeker niet voor de hoogvliegers van deze snelle generatie. In het land van de toekomst is morgen vandaag.

_

Dit artikel kadert in een vierdelige reeks waarin De Tijd gesprekken met de Gouden Generatie in de vier BRIC-landen aangaat. Lees ook de bijdrages van mijn collega's over Rusland, India en
China.

vrijdag 14 januari 2011

Statiegeld voor zotten


Foto Ian Sane

In Buenos Eiers is klant meer nar dan koning. Zeker in middelmatig grote winkels die mee willen spelen met de grote jongens, houden ze je voor de zot.

Neem het systeem van de lege bierflessen. Die geraak je enkel aan de straatstenen kwijt. Je betaalt er statiegeld voor, dat je niet terugkrijgt. Met je lege literfles kan je wel een nieuw (statiegeldvrij) biertje kopen. Een Argentijn heeft dus altijd minstens een lege fles in huis.

Als je - mijn geval - twaalf flessen wil kopen voor een feestje, moet je een speciale behandeling afdwingen. Na een heleboel vijven en zessen, net voor sluitingsuur, was dat gelukt in supermarkt EKI. Met het kasticket zou ik de twaalf terug mogen omwisselen. Dat was anderhalve maand geleden.

Een naam als EKI voorspelt niet veel goeds. Gisteren sjokkel ik er met een karretje vol leeggoed heen. Ik krijg uiteraard eerst een dikke neen en een neus in de lucht. Ik schakel meteen over op de Argentijnse modus: verhef mijn stem, maak handgebaren en stevig van mijn tak. Het werkt.

Ze bekijken het bonnetje. Dat blijkt op 27/01/09 afgestempeld te zijn, om 23.19 uur. Nemen ze niet aan. Zuchten, blazen, argumenteren dat a) ik niet in Buenos Aires was in 2009, b) de winkel toch niet meer open is om 23.19 uur, c) hun kassa misschien niet goed afgesteld stond. Dan toch een ja. Nog voor ik die kan innen, wordt dat weer een neen, met een verklarend staartje: 'Het systeem neemt dit bonnetje niet aan, door de foute datum.'

*„‰@¥]°?

Als mensen het op het systeem steken, klopt er iets niet. In de eerste plaats met die mensen, dan met het systeem. 't Is een pracht van een stad, maar in Buenos Eiers kies je beter eieren voor je geld.

dinsdag 9 november 2010

Het verhaal van elektronische producten

Hoe lang houdt jouw gsm het nog vol? En je computer?

The Story of Stuff bracht net een volgende episode uit: over elektronische apparaten die ontworpen worden om zo snel mogelijk stuk te gaan. Completer dan het verhaal over flessenwater, eenvoudiger dan dat over de leugenachtige handel in CO2, wel nog steeds very American.

Maar wel een afvalbergenhoog probleem waar ik zelf elektronische woedeaanvallen van krijg. Wat jij?

dinsdag 31 augustus 2010

Verkeerd verkeren


Foto wieswies

Wat kan verkeren, kan verkeerd gaan. Sinds juni copywrite ik een brochure voor een Multinationale Onderneming in Opleidingsland. Mijn teksten moeten bedrijven lokken naar een opleidingsdag rond e-HRM. Daar leren ze hun Menselijke Bronnen Managen met een muisklik. Het kan verkeren.

Zonet de multinational aan de lijn gehad. Mijn teksten blijken té eenvoudig te zijn. Mijn taal té simpel. Ze willen meer vaktermen als SaaS, ERP en Best of Breath. Woorden van duizend frank. Het kan verkeerd gaan. Tijdens mijn eerste stapjes als copywriter in de commerciële sector struikel ik over een vraag. Heeft een klant het ooit bij het verkeerde

eind?


maandag 23 augustus 2010

Reclamestunt tijdens slot Duiker

De boot met de duiker en de reuzin is het Kattendijkdok nog niet goed uitgevaren, of er ontrolt zich een reusachtig spandoek, twintig bij tachtig meter, vanaf het dak van één van de wolkenkrabbers aan de kade. Tweehonderdduizend toeschouwers, de krop nog in de keel en de zon in de kleren, lezen:

DAG DUIKER,
DAG REUZIN,
BEDANKT OM
LANGS TE
KOMEN.
HET WAS
FANTASTISCH!
WE BELLEN
NOG...

- BASE. Freedom of Speech

De organisatie is niet op de hoogte van de stunt. De krantencommentaren op maandag zijn vernietigend. Verontwaardigde klanten van BASE zeggen hun abonnement op. Op Stubru vindt men het wél kunnen. De naam van de provider is een hele week lang in het nieuws. Slechte reclame is ook reclame.

zaterdag 24 juli 2010

Niet zo gelikte baselines



Foto
Chuck “Caveman” Coker

Elk zichzelf waarderend merk heeft er één onder het logo plakken. Een baseline: vat de essentie van je organisatie of bedrijf, in de woorden van de doelgroep. Blijft tussen de oren hangen en bekt lekker weg. Hoezeer ik er ook van gruw, Delhaize slaagt erin rond haar klanten een luchtbel te blazen met 'Leef zoals je wil'. IKEA verlekkert ons bij bosjes om asap te kopen met 'Leef nu!' Coca-Cola heeft het alleenrecht op 'Enjoy'.

Baselines zijn niet altijd zo gelikt (lees: doortrapt). Niet achter elke slogan zit een cashend reclamebureau. De kleine middenstander bijvoorbeeld, vertrouwt wel eens op eigen kunnen. Terecht, creativiteit genoeg in de Vlaamse huiskamers, kerkstraten of kmo-zones. Ik kan even geen voorbeeld bedenken - helpt u? - maar vaak rijmen hun slogans op de naam van het bedrijf. Gedicht, het gat niet eens gelicht.

Af en toe stoot je op onbegrijpelijke baselines. Dat zijn de beste. Neem café 2060 II. Dat is een niet zo hippe kroeg vlakbij Park Spoor Noord. De baseline op de vitrine lijkt kant noch wal te slaan:

'Hola hola, straks geen koffiekoeken voor u, he'.

Niet gelikt, wel plakkend. Intrigerend, uitnodigend zelfs. Hoe zou dat zitten met die koffiekoeken? Wil er iemand van de doelgroep dat mee gaan checken?

woensdag 14 juli 2010

Visitekaartjes die werken

Ben over een leuk 'visitekaartje' aan het nadenken - 'Heb je een stukje papier en een bic?' klinkt zo twintiger - en botste daarbij op twee geweldige voorbeelden.




Vast man en vrouw.

zaterdag 12 juni 2010

Een jaar Giraffenplein



Het giraffenplein is jarig. Een jaar geleden werd het minuscule driehoekje aan de achterkant van de Antwerpse Zoo ingehuldigd. Grote afwezige op de Fiesta Giraffa was de Koninklijke Maatschappij der Dierkunde zelf. Die heeft nooit veel interesse gehad in de Kievitbuurt.

Als je vandaag aan het Giraffenplein, waar de Ommeganckstraat en de Provinciestraat elkaar raken, door de kijkgaten van de dierentuinmuur probeert te loeren, zie je meteen wat ik bedoel.

Omdat de Zoo niet zoo groot is, begon ze een paar jaar geleden uit te breiden. Een groeiscenario dat voor ontstemde buurtbewoners zorgde. Het Masterplan omvatte de sloop van een dertigtal prachtige huizen in de Ommeganckstraat.

Met de voordeuren verdween de ommeganck en de straat werd een baan met een blinde muur. De streep Afrikaanse savanne aan de andere kant was misschien beestig voor de dierentuinbezoeker, de versteende Kievitbuurt werd er niet warmer op. Buurtcomité De Ploeg ging bij de Stad onderhandelen om kijkgaten te maken in de muur. Zo geschiedde.

Wie echter vandaag op het Giraffenplein komt, ziet enkel bamboestruiken voor de kijkgaten woekeren. Wel eens door een bamboestruik proberen kijken om een giraf te spotten? Om erover te kúnnen zien moet je er zelf één zijn. Antwoord van de Zoo: de lichten van auto's en straat zouden de dieren 's nachts opschrikken. Zo? Een arrogant staaltje lange-nekkenbeleid, als je 't mij vraagt. Zo jammer.

maandag 26 april 2010

Troebel water tussen Argentinië en Uruguay

Internationaal vonnis in grensconflict over omstreden papierfabriek

BUENOS AIRES - De Finse papierfabriek aan de riviergrens mag blijven van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Argentijnse milieugroepen steigeren. “Dan blijft de brug naar Uruguay ook dicht.”

Normaal passeert er niemand op de brug over de Río Uruguay. De grens tussen Uruguay en Argentinië wordt al vierenhalf jaar bezet door Argentijnse rivierbewoners. Die pikken het niet dat Uruguay een gigantische papierfabriek aan de overkant heeft laten neerpoten.

Maar nu zondag was er veel beweging. Meer dan 50.000 bezorgde Argentijnen zwaaiden met borden en spandoeken, de witte rookpluimen van de fabriek op de achtergrond. “Finland guilty!” schreeuwden ze. In het Engels want dit grensconflict heeft internationale dimensies aangenomen.

Troebel water

Al bij de bouwplannen in 2003 was de Orion fabriek van het Finse bedrijf Botnia - tegenwoordig UPM-Kymmene - erg omstreden. De fabriek, door iedereen nog steeds Botnia genoemd, verwerkt pijnbomen en eucalyptus tot celulosepasta, bedoeld voor papierproductie. Een erg vervuilende activiteit, die in Latijns-Amerika minder goed gereguleerd is dan in Europa.

Argentijnse rivierbewoners van het stadje Gualeguaychú, 230 km van de hoofdstad Buenos Aires, zien vanop het strand recht op de fabriek. Ze klagen over de vervuiling die hun kant opstroomt en de biodiversiteit van de rivier bedreigt. Het ruikt er naar spruitjes. De Argentijnse overheid en verschillende universiteiten geven hen gelijk.

Eind 2005 bezetten ze de brug om de druk op te voeren. Hun overheid zwijgt. Op Googlemaps verschijnt de weg als onderbroken. Een jaar later overtuigen ze presidente Cristina Kirchner om de zaak voor het Internationaal Strafhof in Den Haag te brengen. Het water tussen Uruguay en Argentinië wordt steeds dieper.

Dubbelzinnig vonnis

Na vier jaar werk sprak Den Haag vorige week een opvallend gematigd vonnis uit. Dat laat openingen voor beide partijen. Uruguay heeft het Bilateraal Verdrag van de Uruguay rivier inderdaad geschonden door op eigen houtje de vergunning te verlenen aan de Finnen. Een tik op de vingers.

Maar het land faalt niet in de milieucontrole van Botnia's industriële activiteiten. Daarnaast kan Argentinië volgens het Strafhof het verband tussen de vervuiling en de fabriek niet voldoende aantonen. Over geurhinder staat niets in het bilaterale verdrag uit 1975 dus daar spreekt het hof zich niet over uit.

Besluit: de fabriek mag blijven en de grens moet weer open. Maar los het zelf maar op.

Opluchting in Fray Bentos, het Uruguayaanse rivierstadje aan de andere kant van de brug. Daar ligt de economie stil sinds de Argentijnse dagjesmensen wegblijven. Zo´n 350 tegenbetogers worden door de politie gestopt aan de brug als ze optrekken naar de Argentijnse massa. Problemen vermijden.

Bruggen bouwen

Het vonnis is geen eindhalte in dit grensconflict. Daags na het nieuws uit Den Haag kondigde Kirchner aan dat ze deze week zou samenzitten met haar ambtgenoot uit Uruguay, José Mujica. Dat is een sterk signaal. De relaties zijn serieus vertroebeld en er zijn veel diplomatieke plooien glad te strijken.

Maar de actievoerders van Gualeguaychú geven aan dat de brug geblokkeerd blijft zolang Botnia in Uruguay zit. Dat is nog minstens 38 jaar. De Argentijnse regering zegt alvast er alles aan te zullen doen om hen van het tegendeel te 'overtuigen'. Maar ook tussen de overheid en de boze burgers is het water dieper dan vroeger.

Sam Verhaert - Foto´s Gonzak
Dit artikel verscheen eerder op De Wereld Morgen.

maandag 19 april 2010

De job van een leven


Hij werkt in shiften van 15 seconden - licht op rood, zebrapad opsloffen (3 sec.), reclamebord omhoog tillen (9 sec.), zebrapad afsloffen (3 sec.) - waarna hij 30 seconden groen licht heeft om over zijn job na te denken.

Reunionitis


Foto le vent le cri

"Op de volgende vergadering zullen we dan afspreken wanneer we een overleg plannen om die andere vergadering voor te bereiden. Daar kunnen we die dingen dan eens ten gronde bespreken.  Maakt er iemand een powerpointje tegen dan? We sturen nog een doodle door."

dinsdag 23 maart 2010

Het verhaal van flessenwater



Hoe krijg je mensen zo gek dat ze tot 2000 keer meer betalen voor water in een flesje dan water uit de kraan? Door vraag te creëren en consumensen murw te kneden tot niemand er nog van opkijkt. Annie Leonard licht in deze nieuwe animatie in de stijl van The Story of Stuff toe hoe bedrijven dat doen.

Is flessenwater gezonder of lekkerder? Waarin verschilt het van kraantjeswater en wat is de ecologische voetafdruk ervan? De (weliswaar beknopte) antwoorden vind je in The story of bottled water. "How 'manufactured demand' pushes what we don't need and destroys what we need most."

(lees hier meer over Kraantjeswater in Vlaanderen)

woensdag 24 februari 2010

Impro bij de Post



Het postkantoor gonst want er wordt hard gewacht. De mensen op hun beurt, de brieven op de bodes, de bedienden op de pauze. Wachtende consumensen eten alles (zie ook: televisiereclame), zelfs postproducten.

Dus liggen er her en der foldertjes over de Post-multifix 5+ ™ investering (sic, ik verzin dit niet). Er hangen posters met goedgemutste Vlaamse gezinnen zonder geldzorgen en op displays wisselen reclameslogans en het weer elkaar af. Slim bekeken.

Maar de Post laat zijn kantoren ook de ruimte om de verkoop improviserend aan te zwengelen. Naast het loket vind je daarom steevast een driepikkel met lichtblauw ruitjespapier met wervende reclameslogans. In het kantoor van Stuivenberg schreef een communicatieve ambtenaar bijvoorbeeld:

En van a 1
En van a 2
En van a 3? Neen
Van a 4? Neen
Allee hopla van a 5 dan!
[kopie van een grote hand, plakband aan de rand]
Wij bieden
5 procent!


(sic) De boodschap gaat in tegen alle regels van de reclame. Ik weet niet of ik er echt tegen moet zijn dat een bedrijf anno 2010 zijn werknemers vraagt om zelf de communicatie op zich te nemen – In Latijns-Amerika zou ik het vast charmant noemen. Maar het amateurisme doet een mens twee keer nadenken voor hij zijn spaarcenten in de Post-multifix 5+ ™ belegt.

Misschien schuilt er een uitdagende communicatie-baan in. Ik wacht nog even af.

donderdag 18 februari 2010

Voor welke baan zal ik gaan?

“Schrijf een boek”, zegt mijn vader.
“Doe iets met terminale kindjes,” suggereert mijn moeder, “daar hebben ze altijd vrijwilligers nodig.”
“Het onderwijs, is dat niets voor jou?” vraagt een vriendin.
“Stop met zeuren man, geniet van je vrije tijd”, blowt een vriend.

Stel dat alles kan qua nieuwe carrière – neen wacht, schrap 'stel', anything goes – wat zou jij, die me van binnen en van buiten gelezen hebt, me dan aanraden? Wie moet ik beslist aanschrijven om straks geen muren stuk te lopen?

vrijdag 22 januari 2010

Buyviagra online casino click



De inhoud van mijn spambox de laatste weken, in een Wordle gegoten. Daar schuilt (gratis, online te bestellen, erectieproblemenverhelpende) poëzie in.

woensdag 6 januari 2010

Ziekenfabrieken



Foto ortizmj12

In een ziekenhuis ruikt het naar zieke mensen. Dan mogen ze het er nog zo wit schilderen, de geurkiemen kruipen er in het behang en de Novilon plakt van het zweet. Huis, dat klinkt te gezellig. Fabriek eigenlijk. Er zijn magazijnen met nieuwkomers. En rayons met onsverlaters. Sta je met iemand in de lift, dan weet je én niet waar kijken, én niet hoe. Want het kan heel erg zijn, de dingen waar zij voor op bezoek komen. Of ze zijn zelf bijna dood, dat ruik je niet. Je vindt er nooit de uitgang, een ziekenhuis heeft te veel deuren.
 
Creative Commons License
werk van Sam Verhaert is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken 2.0 België licentie.