Voor wie vier printercartouchen, en een halve boom aan papier over zou hebben.
Voor nostalgici.
Voor wie mij graag gelezen heeft.
Je kan de hele blog nu downloaden en printen als pdf. Meer dan 400 zaagsels. Neergepend in Antwerpen, Guatemala en Buenos Aires. Ontelbare besognes tussen 2007 en 2013. 276 pagina's uit mijn hamsterhart.
O, wat heb ik u graag geschreven.
Posts tonen met het label de stad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de stad. Alle posts tonen
vrijdag 8 november 2013
We used to say we were sisters
Hamster Rave, ondertussen doorgegroeid tot Sam Verhaert, maakte een documentaire over twee oude guerillastrijdsters, die elkaar na 40 jaar weer ontmoeten. Meekijken kan in HD op Vimeo.
ABOUT WE USED TO SAY WE WERE SISTERS
Lila was 25 when the Argentina Anticommunist Aliance riddled ‘el Gringo’ with bullets. He was the guerrillacommander of her Montonero combat unit. Today, 39 years later, she sets out to look for ‘María’, his girlfriend. Although during those years they pretended to be sisters, Lila is not even sure of María’s real name.
How do you talk about a period of time in which you weren't allowed to talk? How do you recognise comrades you only got to know in the underground? In this documentary from photo journalist Sam Verhaert, two people who never thought they would meet again, look for answers.
‘We used to say we were sisters’ was produced for the Diploma on Visual Storytelling and New Media (Pedro Meyer Foundation / World Press Photo). cc 2013.
ABOUT WE USED TO SAY WE WERE SISTERS
Lila was 25 when the Argentina Anticommunist Aliance riddled ‘el Gringo’ with bullets. He was the guerrillacommander of her Montonero combat unit. Today, 39 years later, she sets out to look for ‘María’, his girlfriend. Although during those years they pretended to be sisters, Lila is not even sure of María’s real name.
How do you talk about a period of time in which you weren't allowed to talk? How do you recognise comrades you only got to know in the underground? In this documentary from photo journalist Sam Verhaert, two people who never thought they would meet again, look for answers.
‘We used to say we were sisters’ was produced for the Diploma on Visual Storytelling and New Media (Pedro Meyer Foundation / World Press Photo). cc 2013.
vrijdag 3 augustus 2012
Ricardo van Bar Los Amigos
Ricardo Aguëro (75) baat al 25 jaar een café uit in de volkse wijk Balvanera, in hartje Buenos Aires. Bar Los Amigos is een van de vele 'parrillas' in de stad, waar mensen onder de middag een 'chorizo' (broodje met worst) komen eten, en vaste klanten van Ricardo's leeftijd hun 'cafe con leche' (koffie met melk) komen opslurpen.
Veel zijn dat er overigens niet. De meeste bezoekers komen voor de telefoonhokjes in de bar. Ricardo werkt van maandag tot zondag, van acht uur 's ochtends tot acht uur 's avonds. Zijn blauwe auto, ouder dan zijn café, gebruikt hij ook als verhuiswagen. Niet te vaak, want er zouden eens klanten moeten komen...
zondag 7 augustus 2011
Geen pech maar pizza

Een andere bus op de langste straat van Buenos Aires (Hamster Rave).
Vier pinkers. Op de langste straat van de stad staat een bus dubbel geparkeerd. Geen autopech, neen hoor. De maag van de chauffeur was toevallig even leeg als zijn bus toen hij voorbij een pizzatent met promoties reed. Even snel een vierkazen voor boven het stuur: een rondje geluk.
dinsdag 28 juni 2011
[Aankondiging artikel] Een Belgische asbestberg in Argentinië
In een door God vergeten buitenwijk van Buenos Aires ligt tachtigduizend ton asbestafval. Eternit Argentina, een filiaal van de Belgische bouwmaterialenreus, begroef het er twaalf jaar geleden in een beveiligde opslagplaats die allesbehalve veilig blijkt. Een onderzoek uit Argentinië.

Lees het volledige artikel donderdag 30 juni 2011 op Apache.be

Lees het volledige artikel donderdag 30 juni 2011 op Apache.be
zondag 5 juni 2011
Vier meisjeshanden
Vier meisjeshanden rond een schermpje. Veel zwart: basketters, mutsen, en wimpers vier jaar langer geschminkt. Een paar knalgroene en een twee knalrode handschoenen die rond elkaar kruipen. Laat mij, nee laat mij. Aan hun vingertoppen likt de kou. Die zijn bloot want hele handschoenen zijn stom. Gele ook. Twintig wriemelende vingers die gniffelen om de foto's van zichzelf waarop ze elkaar proberen zijn. Kijk mij, nee kijk mij.
donderdag 5 mei 2011
Krant en keutel
In een stad als B., waar de stoepen geplaveid zijn met hondendrollen, en bewoners elke morgen de spuit uitrollen om hun stukje voetpad schoon te schrobben, kijk je als voetganger wel uit waar je loopt. Je slalomt tussen gele plasjes, zwarte keutels en meterslange bruine vegen van ongelukkigen die het aan hun been hadden.
Als een keffer zich in het midden van de stoep opspant als een veer, en zijn kont samentrekt als een pruilend besje, kijkt geen hond daarvan op.
Maar als er plots een baasje, net voor zijn Bobby zijn sluitspier opent, gezwind een krant bovenhaalt om die netjes op de tegel onder de hondenkont te plaatsen, zet ik grote ogen op. Links en rechts steken gejaagde stiletto's en sportschoenen met air het duo voorbij, maar de stad lijkt even stil te staan bij zo'n onbaatzuchtige daad.
Als ik Bobby's baas bemoedigend aankijk, draait hij zijn hoofd gegeneerd in de richting van zijn vriend. Alsof hij zich schaamt - zelf publiekelijk te kakken is gezet. Bobby nijpt zijn nieren er bijna mee uit. Een keutel valt als een korrelig ei met een plofje op de krant, rolt naar de zijkant maar blijft gelukkig achter een gekreukte pagina van de sport steken.
Gerechtigheid, heet dat.
Krant en keutel gaan in de vuilbak naast ons. De hond kijkt me aan met een blik van 'ik heb toch niets gedaan' en ik kijk weer een beetje anders naar de stad. Ontlast, zeg maar.
zondag 17 april 2011
woensdag 6 april 2011
maandag 21 maart 2011
Latinoritmes van de witte producten
Mijn snot zit vol hoofd, ik ril van de warmte en hoest als een hond. Het is nog geen tien uur maar ik heb het gevoel dat ik er al tweeëntwintig uur eerder in had moeten liggen. Eindelijk thuis, denk ik en ik open de deuren van de ijdele hoop.
'BIENVENIDA JASMIN.'
Ik wankel. De welkomstwoorden in netjes uitgeknipte kleurige letters plakken in een vrolijke boog tegen de muur van de onderburen. Onder de boog: een tafel met gebak en gekook, goed voor pakweg twintig Argentijnen. In de hoek boosteren latinoritmes van de witte producten.
Er knapt iets in mij: fiesta bij de buren (die gestoorden van 'What if God was one of us'). Dat is als een dertienkoppig cumbiaorkest in je slaapkamer, drie tafelspringers op je nachtkastje en een onderbroekenlolmaker tussen de lakens.
Ik wanhoop, meer nog: ik onthoop. In het Spaans klinkt dat als desesperación, een in frennen en gaten gesprongen luchtkasteel van illusies. Een geloof ontdaan van wortel en bladgroen.
De nacht valt aan. Ik wroet terwijl de razernij tussen mijn oordopjes woedt. Mijn zenuwen zinken in mijn kussen en ik bijt mijn lip stuk op mantra's als: 'Dat doen ze expres.'
Ik voel me zo immens en onmenselijk diep geschonden - waarom is stilte geen mensenrecht? - dat ik er het vertrouwen in verlies. Ik zin op ochtendlijke wraak maar hou het uiteindelijk op zinspelen.
'BIENVENIDA JASMIN.'
Ik wankel. De welkomstwoorden in netjes uitgeknipte kleurige letters plakken in een vrolijke boog tegen de muur van de onderburen. Onder de boog: een tafel met gebak en gekook, goed voor pakweg twintig Argentijnen. In de hoek boosteren latinoritmes van de witte producten.
Er knapt iets in mij: fiesta bij de buren (die gestoorden van 'What if God was one of us'). Dat is als een dertienkoppig cumbiaorkest in je slaapkamer, drie tafelspringers op je nachtkastje en een onderbroekenlolmaker tussen de lakens.
Ik wanhoop, meer nog: ik onthoop. In het Spaans klinkt dat als desesperación, een in frennen en gaten gesprongen luchtkasteel van illusies. Een geloof ontdaan van wortel en bladgroen.
De nacht valt aan. Ik wroet terwijl de razernij tussen mijn oordopjes woedt. Mijn zenuwen zinken in mijn kussen en ik bijt mijn lip stuk op mantra's als: 'Dat doen ze expres.'
Ik voel me zo immens en onmenselijk diep geschonden - waarom is stilte geen mensenrecht? - dat ik er het vertrouwen in verlies. Ik zin op ochtendlijke wraak maar hou het uiteindelijk op zinspelen.
donderdag 3 maart 2011
Restaurante Club Colonia (1896)

Op de houten tafels liggen grammofoonplaten als onderleggers. Van die oude dikke, met de hand geperste. Sommige plakken staan krom, van de Cinzano, Fernet of Gancia die er decennialang op gemorst is. Er staan tangokrakers op als 'Un poco más de amor' en 'A ti, Argentina'.
Het cliënteel hier zou ze nog beluisteren, 't is de generatie die de overstap naar de cd-speler de moeite niet meer vond. Oude mannetjes lezen de krant of discussiëren over wat erin staat zonder ze te hebben gelezen. Ze komen en gaan zoals ze gekomen zijn: content omdat niets meer moet.
“Ik wil dat jij later ook zo wordt,” zegt ze. Ik ben blij dat er iemand zo iets moois voor me wil. Om een stamcafé te hebben moet je wortel kunnen schieten, denk ik terwijl er een ander plaatje wordt opgelegd. De ventilatoren tegen het geel geschilderde plafond draaien zachtjes, een beetje uit hun as.
maandag 28 februari 2011
Wolkenkrabbers en hoogvliegers
São Paulo trilt van de studie-ijver. Het optimisme van de studenten overstijgt de wolkenkrabbers van de Braziliaanse miljoenenstad. Het is moeilijk de voeten op de grond te houden. ‘We willen genoeg geld verdienen én tijd hebben om het op te doen.’

Foto Rogerio Melo _
SAM VERHAERT, SÃO PAULO (18/02/11, De Tijd)
FGV-EAESP, een van de meest prestigieuze businessscholen in Zuid-Amerika, ligt niet aan de rand van een favela. Het leger buldert er niet met tanks voorbij op zoek naar drugsbaronnen. En op de stoep staan geen opdringerige venters, lijm snuivende straatkinderen of getatoeëerde bendeleden. De blitse wolkenkrabber van de Fundação Getulio Vargas staat in het hartje van São Paulo’s financiële centrum. De jongeren die er studeren, zijn nu al binnen. Braziliaanse bedrijven plukken hen zo van de collegebanken.
FGV-EAESP mag dan een naam hebben die deuren opent, zonder pasje blijven die van de privé-universiteit gesloten. Onder het oog van een zwarte bewaker, een geblondeerde receptioniste met blauwe oogschaduw en een camera, zippen studenten in maatpak zichzelf binnen. Bij mij zijn vijf telefoontjes en een kopie van mijn paspoort nodig. ‘Niet iedereen komt er zomaar in’, waarschuwt academisch directeur Maria Tonelli. ‘Zoals elk bedrijf denken we aan de veiligheid van onze studenten en docenten.’
Cappuccino
Tijdens de rondleiding wordt duidelijk waarom Maria Tonelli haar onderwijsinstelling een onderneming noemt. Op het gelijkvloers springt meteen de Citibank-lounge in het oog, exclusief voor masterstudenten die met een cappuccino binnen handbereik willen internetten in een designsofa. In een gezellig hoekje van de lounge staat een bankautomaat.
Op de eerste verdieping zitten de Banco Santander- en de Petrobras-aula. Cadeautjes van ex-studenten die het hebben gemaakt in het Braziliaanse bedrijfsleven. De negende verdieping herbergt het schoolfiliaal van de Bradesco-bank. Handig, want met het maandelijkse collegegeld van 2.422 Braziliaanse reais (1.075 euro) loop je in São Paulo niet over straat.
Volgens Maria Tonelli weerhoudt die prijs studenten uit alle hoeken van het land er overigens niet van zich in São Paulo te komen klaarstomen voor de arbeidsmarkt. ‘Voor het eerst krijgen we ook meer buitenlandse studenten op uitwisseling dan dat er studenten van ons vertrekken. Waarom zouden ze? We vertellen hen al jaren dat Brazilië ’t eeuwige land van de toekomst is. En nu zien ze dat die toekomst er eindelijk is.’
Patrícia werkte sinds haar 16de, maar ging opnieuw studeren toen ze zag dat sociale netwerken dezelfde vlucht vooruit namen als de economie. Van alle internetgebruikers zijn Brazilianen diegenen die het meeste tijd doorbrengen op blogs en sociale netwerken, vooral op Googles Orkut. ‘Mijn generatie laat geen kansen liggen. We zijn opgegroeid met sociale media. Dat maakt ons enorm proactief’, zegt Patrícia. ‘Volgend jaar lanceer ik met een paar medestudenten een bedrijfje. Neen, daar kan ik nog niets over zeggen, ‘t blijft geheim.’
Armando Colletto, de decaan van de BSP, komt erbij staan. ‘Voel je het optimisme? Daar heeft deze generatie alle redenen voor. De Braziliaanse economie bevindt zich op een zeer bijzonder punt. De combinatie van stabiel politiek beleid (niemand verwacht veranderingen onder presidente Dilma Rousseff), een sterke munt, snelle economische groei en grootse infrastructuurwerken voor de wereldbeker in 2014 en de Olympische Spelen in 2016 maakt van Brazilië een veilige haven voor investeerders. De toekomst lacht deze jongeren toe.’
César Matsumoto (24) is die toekomst al aan het schrijven. Nog voor hij afstudeerde aan FGV-EAESP, werkte hij al als ‘consultant in complexe intelligentie’. Als hij me ziet fronsen, stelt hij voor naar het Engels over te schakelen. Daarna tekent hij een mindmap met pijlen naar begrippen als ‘transdisciplinaire dialoog’ en ‘U-theorie’. De young potential praat als een dertiger. Multinationals en het stadsbestuur van São Paulo huren hem geregeld in om innovatieprocessen te begeleiden.
Ik ontmoet César de volgende dag in The Hub, een vrijplaats voor jonge ondernemers in de sociale economie. Webdesigners met ingewikkelde brilmonturen, investeerders in pak en kunstenaars op teenslippers zitten op multifunctionele designmeubels van gerecycleerd karton. Ze discussiëren over de ecologische uitdagingen van het WK en de Spelen. De ruimte baadt in het licht, er zijn druiven en bananen in houten bakjes. ‘Ideaal, want ik mis soms wat vitaminen’, zegt César lachend. ‘We zijn een snelle generatie. We werken op café of op de universiteit. Mijn laptop - binnenkort koop ik een Mac - is mijn kantoor.’
Op zijn 18de droomde César van een wereld zonder grenzen. Nu zegt hij realistischer te zijn. ‘In 2025 heb ik mijn eigen consultancybureau. Multilatina uiteraard, want ook in de omringende landen zijn zaken te doen. Dat vergeten mijn leeftijdsgenoten wel eens.’ César is een wereldverbeteraar, maar eentje met beide voeten in de wereld. Dat mag best wat opbrengen. Hij werkt nu voor 200 reais per uur (90 euro). Binnen vijf jaar wil hij 500 reais vragen, net geen minimum maandloon in Brazilië.
Césars verhaal is dat van vele Brazilianen. Toen zijn ouders, Japanse immigranten, in de jaren zestig aankwamen, verkochten ze zelfgemaakte juwelen. Ze pikten een graantje mee van de economische groei en schoven op naar de C-klasse. Die ‘nieuwe middenklasse’ heeft een maandinkomen tussen 1.126 en 4.854 reais (506 tot 2.181 euro). Toen Luiz Inácio Lula da Silva in 2003 begon te regeren, kon 27 procent van de bevolking zich tot de C-klasse rekenen, nu is dat al 50,5 procent.
Zwart-wit
César was een voorbeeldige student en kreeg een renteloze lening van FGV-EAESP. ‘Maar dat heb ik verzwegen. Uit schaamte. Het is een school voor rijken. Heb je gemerkt dat er geen enkele negro rondloopt?’ Een teer punt. Brazilië is een van de tien meest ongelijke landen ter wereld. Er is verbetering maar de ongelijkheid kleurt er nog altijd behoorlijk zwart-wit. Maatschappelijk succes lees je vaak af aan de huidskleur. ‘De zwarten die ik op de universiteit heb gezien, werkten als bewaker of onderhoudspersoneel’, zegt César.
Hoe zit dat op de publieke universiteiten, waar de helft van alle studenten school loopt? In de gangen van de faculteit economie van de Universiteit van São Paulo (USP) is er op het eerste gezicht meer kleur. Dit jaar zullen er bijna 3.000 economen afstuderen. De USP onderricht zo’n 88.000 jongeren, op kosten van de staat. Josué Braga (25), laatstejaars boekhoudkunde, zou het anders niet kunnen betalen. Hij komt uit Bahía, de zwartste staat van het land.
‘Ik kus beide handen dat ik hier binnen ben geraakt. De onderwijskwaliteit aan privé-universiteiten, op dure scholen als FGV-EAESP na, verbleekt bij die van de USP’, zegt hij. Volgens de jongste Academic Ranking of World Universities is dat zelfs de beste van het continent. Josué heeft er hard voor moeten blokken. ‘De toelatingsproeven zijn zo moeilijk dat je er enkel in komt als je over een degelijke achtergrondkennis beschikt.’
Men verwijt Lula da Silva - de eerste Braziliaanse president zonder universitair diploma - zijn eenzijdige investeringen in hoger onderwijs. Maar voor de decaan van de USP-faculteit economie, Reinaldo Guerreiro, maakte Lula de juiste keuze. Glunderend zegt hij dat de evaluatiecommissie CAPES zijn masteropleidingen administratie en economie zonet met de hoogste scores van het land heeft beloond. ‘Wat ik zeg, is niet democratisch. Maar voor mij is dit een noodzakelijke opoffering om straks een goed onderrichte elite van masters en MBA’s aan het hoofd van ons land te krijgen.’
Marila (22) is zover nog niet. Ze woont in een arme buitenwijk van São Paulo. Ik tref haar in een aula van de rechtenfaculteit, een voormalig klooster en een van de oudste gebouwen van het stadscentrum. Het marmer blinkt. Een trap kronkelt prestigieus rond een galerij met schilderijen van voorname clerici.
Marila zit met haar vriendinnen, 16 en 18, te giechelen op de tweede rij. Ze dragen sportschoenen met een logo dat lijkt op dat van Nike. Een schooljaar lang komen ze hier bijscholen in de zogenaamde cursinho. De niet-gouvernementele organisatie Educafro gebruikt de aula om leerlingen van afro-Braziliaanse afkomst, wiens ouders geen goed basisonderwijs konden betalen, klaar te stomen voor de toelatingsproeven van de publieke universiteit.
Brahma
Marila heeft er net de eerste proeven op zitten. ‘Ik begreep er niet veel van, zo veel moeilijke woorden. Maar als ik nu niet slaag, blijf ik proberen. Ik wil journalist worden.’ Haar leerkracht geschiedenis knikt haar bemoedigend toe vanachter zijn katheder. Na de les vertrouwt hij me toe dat die kans klein is. Van de vier jongeren die volgend jaar aan de USP mogen beginnen, zal er maar één op een publiek schooltje hebben gezeten.
Als ik uit de aula kom, begint het te gieten. Prostituees die als flamingo’s tegen de etalage van de Banco do Brasil staan, halen een paraplu boven. Donkere figuren tegen de gevel van de faculteit schuilen onder kleurloze dekens. Een man op teenslippers pist in een hoek.
In de kelder van de rechtenfaculteit is het droog. Studenten roken rond een tafelvoetbal. Het rode licht van de toog belicht een karikatuur van presidente Dilma. In deze ‘fakbar’ heeft haar huidige vicepresident nog nachtenlang zitten discussiëren. Tweedejaars Diego Degani (26) en Daniel Teixeira (27) vieren het einde van de examens. Ze praten over voetbal en drinken Brahma, een Braziliaans biermerk van AB InBev.
‘Het lukt waarschijnlijk niet eens om een ticket te krijgen voor de wedstrijden in onze stad,’ zucht Diego. Daniel vult aan: ‘We zijn heel pessimistisch over de wereldbeker. Dit land beschikt niet over de infrastructuur om zo’n evenement te organiseren.’ De geplande snelheidstrein die je in tweeënhalf uur van São Paulo naar Rio de Janeiro zou brengen, lijkt er in elk geval niet meer te komen vóór 2014. Voor de Olympische Spelen lukt het misschien nog net.
Politiek. Bijna alle studenten die ik spreek, hebben er iets over te zeggen. Goed bezig, te links, te rechts. Eén constante in de verhalen: te corrupt. Lula’s presidentschap kende inderdaad de nodige schandalen. En zijn opvolgster, Dilma Rousseff, heeft het thema vooralsnog niet bovenaan op haar agenda gezet. Veel jongeren van de gouden generatie keren de oude politieke cultuur dan ook de rug toe. Ze kijken vooral naar hun portemonnee. In de woorden van één van hen: ‘We willen genoeg geld verdienen én tijd hebben om het op te doen.’ Diego en Daniel zijn tevreden met een job als rechter. ‘Maar niet in de hoge magistratuur, die zijn politiek benoemd.’
Diego en Daniel bestellen nog een liter bier. Een paar stoelen verder zit Victor Gadelha (20). Hij is niet vies van de politiek. Vertegenwoordigt al twee jaar de studenten in de Faculteitsraad. Kan het goed uitleggen, een echte advocaat. Hij heeft zich pas nog kwaad moeten maken over de kortzichtigheid van sommige medestudenten om privé-initiatief buiten de universiteit te willen houden. ‘Ik kan uren praten over de thema’s van je artikel’, snoeft hij. We vertrekken naar zijn appartement.
De B van Big
De plassen zijn alweer opgedroogd, diesel dampt door de straten. Victor is in kostuum. Hij komt net van zijn stage, een advocatenkantoor met 400 werknemers. Hij stelt voor de metro te nemen, maar vertelt er meteen bij dat hij wel een eigen auto heeft. ‘Maar het verkeer in deze stad is een hel. Ik gebruik hem enkel om met vrienden naar het winkelcentrum te gaan, mijn Volkswagen Fox 2011 1.6. Een cadeautje van mijn pa.’
Victors vader is een bouwondernemer in Fortaleza, 3.000 kilometer ten noorden van São Paulo. ‘Een achtergestelde regio die zich snel zal ontwikkelen. Er vestigen zich steeds meer bedrijven, en die hebben goede advocaten nodig. Binnen tien jaar heb ik er mijn eigen kantoor: mijn manier om iets terug te doen voor de regio. De markt in São Paulo is toch verzadigd.’
Als we zijn appartement naderen, in het financiële centrum, vraagt hij me bezorgd naar de toestand in Europa. Hij is niet de eerste die denkt dat het hele continent op straat staat te schreeuwen voor een boterham. De financieel-economische crisis is redelijk geruisloos aan de Brazilianen voorbijgegaan. Victor is daar best trots op: ‘We kunnen heus wel wat hebben op dit moment in de geschiedenis. Van alle BRIC-landen staan wij er het beste voor.’
Het kan aan hun optimistische geest liggen, maar voor zowat alle Brazilianen die ik spreek, staat Brazilië niet voor niets vooraan in de afkorting van ‘The big four’. Meest gehoord: ‘Brazilië heeft een grote voorsprong op de andere BRICs op het vlak van democratie.’ Ook vaak vermeld: ‘De BRIC-landen zijn grote afzetmarkten. Kijken hoe we straks kunnen samenwerken.’
Victor stelt me voor aan een vrouw die hij zijn secretaresse noemt. Het blijkt een empregada, een meid. We zien haar koken, wassen en schoonmaken voor Victor en zijn twee huisgenoten. ‘Veel meer dan een ei bakken, kunnen we niet’, zegt hij lachend. Zijn maten zijn er niet. Op hun bedden liggen stapels onuitgepakte cursussen. Een van hen heeft anderhalve meter flatscreen tegen de muur hangen. ‘Die jongen staat al wat verder dan ik,’ legt Victor uit. Maar hij ziet het minstens even groot.
Maria Tonelli van FGV-EAESP glimlacht om zoveel zelfvertrouwen. ‘Deze generatie heeft de recessie en mega-inflatie van de jaren tachtig niet meegemaakt. Sommige jongeren denken dat de wereld is ontstaan op het moment dat ze werden geboren. Ze moeten nog leren alles een beetje in perspectief te zien.’
In een immer uitdeinende stad met 11 miljoen inwoners, de tweede helikoptervloot ter wereld en het zesde grootste bruto nationaal product ter wereld is dat niet evident. Zeker niet voor de hoogvliegers van deze snelle generatie. In het land van de toekomst is morgen vandaag.
_
Dit artikel kadert in een vierdelige reeks waarin De Tijd gesprekken met de Gouden Generatie in de vier BRIC-landen aangaat. Lees ook de bijdrages van mijn collega's over Rusland, India en China.

Foto Rogerio Melo _
SAM VERHAERT, SÃO PAULO (18/02/11, De Tijd)
FGV-EAESP, een van de meest prestigieuze businessscholen in Zuid-Amerika, ligt niet aan de rand van een favela. Het leger buldert er niet met tanks voorbij op zoek naar drugsbaronnen. En op de stoep staan geen opdringerige venters, lijm snuivende straatkinderen of getatoeëerde bendeleden. De blitse wolkenkrabber van de Fundação Getulio Vargas staat in het hartje van São Paulo’s financiële centrum. De jongeren die er studeren, zijn nu al binnen. Braziliaanse bedrijven plukken hen zo van de collegebanken.
FGV-EAESP mag dan een naam hebben die deuren opent, zonder pasje blijven die van de privé-universiteit gesloten. Onder het oog van een zwarte bewaker, een geblondeerde receptioniste met blauwe oogschaduw en een camera, zippen studenten in maatpak zichzelf binnen. Bij mij zijn vijf telefoontjes en een kopie van mijn paspoort nodig. ‘Niet iedereen komt er zomaar in’, waarschuwt academisch directeur Maria Tonelli. ‘Zoals elk bedrijf denken we aan de veiligheid van onze studenten en docenten.’
Cappuccino
Tijdens de rondleiding wordt duidelijk waarom Maria Tonelli haar onderwijsinstelling een onderneming noemt. Op het gelijkvloers springt meteen de Citibank-lounge in het oog, exclusief voor masterstudenten die met een cappuccino binnen handbereik willen internetten in een designsofa. In een gezellig hoekje van de lounge staat een bankautomaat.
Op de eerste verdieping zitten de Banco Santander- en de Petrobras-aula. Cadeautjes van ex-studenten die het hebben gemaakt in het Braziliaanse bedrijfsleven. De negende verdieping herbergt het schoolfiliaal van de Bradesco-bank. Handig, want met het maandelijkse collegegeld van 2.422 Braziliaanse reais (1.075 euro) loop je in São Paulo niet over straat.
Volgens Maria Tonelli weerhoudt die prijs studenten uit alle hoeken van het land er overigens niet van zich in São Paulo te komen klaarstomen voor de arbeidsmarkt. ‘Voor het eerst krijgen we ook meer buitenlandse studenten op uitwisseling dan dat er studenten van ons vertrekken. Waarom zouden ze? We vertellen hen al jaren dat Brazilië ’t eeuwige land van de toekomst is. En nu zien ze dat die toekomst er eindelijk is.’
"Mijn generatie laat geen kansen liggen. Nog voor 2025 is Brazilië de vijfde economie ter wereld" (Patrícia Rezende, 25 jaar)Aan de andere kant van de stad, in de wolkenkrabber van de Business School São Paulo (BSP). ‘Reken maar van yes! Nog vóór 2025 zijn wij de vijfde economie ter wereld’, zegt de MBA-studente Patrícia Rezende (25) terwijl ze uit het raam tuurt, een slagroomsoes in de ene en een verse sinaasappelsap in de andere hand. De receptie na een lezing over sociale media is een prima plek om te netwerken.
Patrícia werkte sinds haar 16de, maar ging opnieuw studeren toen ze zag dat sociale netwerken dezelfde vlucht vooruit namen als de economie. Van alle internetgebruikers zijn Brazilianen diegenen die het meeste tijd doorbrengen op blogs en sociale netwerken, vooral op Googles Orkut. ‘Mijn generatie laat geen kansen liggen. We zijn opgegroeid met sociale media. Dat maakt ons enorm proactief’, zegt Patrícia. ‘Volgend jaar lanceer ik met een paar medestudenten een bedrijfje. Neen, daar kan ik nog niets over zeggen, ‘t blijft geheim.’
Armando Colletto, de decaan van de BSP, komt erbij staan. ‘Voel je het optimisme? Daar heeft deze generatie alle redenen voor. De Braziliaanse economie bevindt zich op een zeer bijzonder punt. De combinatie van stabiel politiek beleid (niemand verwacht veranderingen onder presidente Dilma Rousseff), een sterke munt, snelle economische groei en grootse infrastructuurwerken voor de wereldbeker in 2014 en de Olympische Spelen in 2016 maakt van Brazilië een veilige haven voor investeerders. De toekomst lacht deze jongeren toe.’
"We werken op café of op de universiteit. Mijn laptop is mijn kantoor." (César Matsumoto, 24 jaar)
César Matsumoto (24) is die toekomst al aan het schrijven. Nog voor hij afstudeerde aan FGV-EAESP, werkte hij al als ‘consultant in complexe intelligentie’. Als hij me ziet fronsen, stelt hij voor naar het Engels over te schakelen. Daarna tekent hij een mindmap met pijlen naar begrippen als ‘transdisciplinaire dialoog’ en ‘U-theorie’. De young potential praat als een dertiger. Multinationals en het stadsbestuur van São Paulo huren hem geregeld in om innovatieprocessen te begeleiden.
Ik ontmoet César de volgende dag in The Hub, een vrijplaats voor jonge ondernemers in de sociale economie. Webdesigners met ingewikkelde brilmonturen, investeerders in pak en kunstenaars op teenslippers zitten op multifunctionele designmeubels van gerecycleerd karton. Ze discussiëren over de ecologische uitdagingen van het WK en de Spelen. De ruimte baadt in het licht, er zijn druiven en bananen in houten bakjes. ‘Ideaal, want ik mis soms wat vitaminen’, zegt César lachend. ‘We zijn een snelle generatie. We werken op café of op de universiteit. Mijn laptop - binnenkort koop ik een Mac - is mijn kantoor.’
Op zijn 18de droomde César van een wereld zonder grenzen. Nu zegt hij realistischer te zijn. ‘In 2025 heb ik mijn eigen consultancybureau. Multilatina uiteraard, want ook in de omringende landen zijn zaken te doen. Dat vergeten mijn leeftijdsgenoten wel eens.’ César is een wereldverbeteraar, maar eentje met beide voeten in de wereld. Dat mag best wat opbrengen. Hij werkt nu voor 200 reais per uur (90 euro). Binnen vijf jaar wil hij 500 reais vragen, net geen minimum maandloon in Brazilië.
Césars verhaal is dat van vele Brazilianen. Toen zijn ouders, Japanse immigranten, in de jaren zestig aankwamen, verkochten ze zelfgemaakte juwelen. Ze pikten een graantje mee van de economische groei en schoven op naar de C-klasse. Die ‘nieuwe middenklasse’ heeft een maandinkomen tussen 1.126 en 4.854 reais (506 tot 2.181 euro). Toen Luiz Inácio Lula da Silva in 2003 begon te regeren, kon 27 procent van de bevolking zich tot de C-klasse rekenen, nu is dat al 50,5 procent.
Zwart-wit
César was een voorbeeldige student en kreeg een renteloze lening van FGV-EAESP. ‘Maar dat heb ik verzwegen. Uit schaamte. Het is een school voor rijken. Heb je gemerkt dat er geen enkele negro rondloopt?’ Een teer punt. Brazilië is een van de tien meest ongelijke landen ter wereld. Er is verbetering maar de ongelijkheid kleurt er nog altijd behoorlijk zwart-wit. Maatschappelijk succes lees je vaak af aan de huidskleur. ‘De zwarten die ik op de universiteit heb gezien, werkten als bewaker of onderhoudspersoneel’, zegt César.
Hoe zit dat op de publieke universiteiten, waar de helft van alle studenten school loopt? In de gangen van de faculteit economie van de Universiteit van São Paulo (USP) is er op het eerste gezicht meer kleur. Dit jaar zullen er bijna 3.000 economen afstuderen. De USP onderricht zo’n 88.000 jongeren, op kosten van de staat. Josué Braga (25), laatstejaars boekhoudkunde, zou het anders niet kunnen betalen. Hij komt uit Bahía, de zwartste staat van het land.
‘Ik kus beide handen dat ik hier binnen ben geraakt. De onderwijskwaliteit aan privé-universiteiten, op dure scholen als FGV-EAESP na, verbleekt bij die van de USP’, zegt hij. Volgens de jongste Academic Ranking of World Universities is dat zelfs de beste van het continent. Josué heeft er hard voor moeten blokken. ‘De toelatingsproeven zijn zo moeilijk dat je er enkel in komt als je over een degelijke achtergrondkennis beschikt.’
"Ik blijf proberen tot ik in de toelatingsproeven slaag. Ik wil journalist worden." (Marila, 22 jaar)En daar knelt nu net het schoentje. Alle professoren en studenten zeggen het, maar Josué kan het weten: het publieke basisonderwijs is ondermaats. Klassen met veertig leerlingen, slecht betaalde leerkrachten, te weinig leermiddelen. Volgens het nationaal onderwijsinstituut INEP zit 85 procent van de schoolgaande jeugd in hetzelfde schuitje. Wie het geld heeft, stuurt zijn kind tussen zijn 6 en 17 dus naar een dure privéschool (15%), om op latere leeftijd gratis hoogstaand onderwijs te genieten.
Men verwijt Lula da Silva - de eerste Braziliaanse president zonder universitair diploma - zijn eenzijdige investeringen in hoger onderwijs. Maar voor de decaan van de USP-faculteit economie, Reinaldo Guerreiro, maakte Lula de juiste keuze. Glunderend zegt hij dat de evaluatiecommissie CAPES zijn masteropleidingen administratie en economie zonet met de hoogste scores van het land heeft beloond. ‘Wat ik zeg, is niet democratisch. Maar voor mij is dit een noodzakelijke opoffering om straks een goed onderrichte elite van masters en MBA’s aan het hoofd van ons land te krijgen.’
Marila (22) is zover nog niet. Ze woont in een arme buitenwijk van São Paulo. Ik tref haar in een aula van de rechtenfaculteit, een voormalig klooster en een van de oudste gebouwen van het stadscentrum. Het marmer blinkt. Een trap kronkelt prestigieus rond een galerij met schilderijen van voorname clerici.
Marila zit met haar vriendinnen, 16 en 18, te giechelen op de tweede rij. Ze dragen sportschoenen met een logo dat lijkt op dat van Nike. Een schooljaar lang komen ze hier bijscholen in de zogenaamde cursinho. De niet-gouvernementele organisatie Educafro gebruikt de aula om leerlingen van afro-Braziliaanse afkomst, wiens ouders geen goed basisonderwijs konden betalen, klaar te stomen voor de toelatingsproeven van de publieke universiteit.
Brahma
Marila heeft er net de eerste proeven op zitten. ‘Ik begreep er niet veel van, zo veel moeilijke woorden. Maar als ik nu niet slaag, blijf ik proberen. Ik wil journalist worden.’ Haar leerkracht geschiedenis knikt haar bemoedigend toe vanachter zijn katheder. Na de les vertrouwt hij me toe dat die kans klein is. Van de vier jongeren die volgend jaar aan de USP mogen beginnen, zal er maar één op een publiek schooltje hebben gezeten.
Als ik uit de aula kom, begint het te gieten. Prostituees die als flamingo’s tegen de etalage van de Banco do Brasil staan, halen een paraplu boven. Donkere figuren tegen de gevel van de faculteit schuilen onder kleurloze dekens. Een man op teenslippers pist in een hoek.
In de kelder van de rechtenfaculteit is het droog. Studenten roken rond een tafelvoetbal. Het rode licht van de toog belicht een karikatuur van presidente Dilma. In deze ‘fakbar’ heeft haar huidige vicepresident nog nachtenlang zitten discussiëren. Tweedejaars Diego Degani (26) en Daniel Teixeira (27) vieren het einde van de examens. Ze praten over voetbal en drinken Brahma, een Braziliaans biermerk van AB InBev.
‘Het lukt waarschijnlijk niet eens om een ticket te krijgen voor de wedstrijden in onze stad,’ zucht Diego. Daniel vult aan: ‘We zijn heel pessimistisch over de wereldbeker. Dit land beschikt niet over de infrastructuur om zo’n evenement te organiseren.’ De geplande snelheidstrein die je in tweeënhalf uur van São Paulo naar Rio de Janeiro zou brengen, lijkt er in elk geval niet meer te komen vóór 2014. Voor de Olympische Spelen lukt het misschien nog net.
"Sommige jongeren denken dat de wereld is ontstaan op het moment dat ze werden geboren." (Maria Tonelli, directeur FGV-EAESP)Toen bekend raakte dat Rio de Spelen binnenhaalde, zei president Lula, met de tranen op zijn wangen, dat zijn land niet langer tot de tweede klasse behoorde. Daniel gelooft er niet echt in. ‘Sommigen gaan hier heel veel geld aan verdienen. Vandaar de opgeklopte euforie. Maar in de Braziliaanse politieke context staan zulke evenementen voor massale fraude.’
Politiek. Bijna alle studenten die ik spreek, hebben er iets over te zeggen. Goed bezig, te links, te rechts. Eén constante in de verhalen: te corrupt. Lula’s presidentschap kende inderdaad de nodige schandalen. En zijn opvolgster, Dilma Rousseff, heeft het thema vooralsnog niet bovenaan op haar agenda gezet. Veel jongeren van de gouden generatie keren de oude politieke cultuur dan ook de rug toe. Ze kijken vooral naar hun portemonnee. In de woorden van één van hen: ‘We willen genoeg geld verdienen én tijd hebben om het op te doen.’ Diego en Daniel zijn tevreden met een job als rechter. ‘Maar niet in de hoge magistratuur, die zijn politiek benoemd.’
Diego en Daniel bestellen nog een liter bier. Een paar stoelen verder zit Victor Gadelha (20). Hij is niet vies van de politiek. Vertegenwoordigt al twee jaar de studenten in de Faculteitsraad. Kan het goed uitleggen, een echte advocaat. Hij heeft zich pas nog kwaad moeten maken over de kortzichtigheid van sommige medestudenten om privé-initiatief buiten de universiteit te willen houden. ‘Ik kan uren praten over de thema’s van je artikel’, snoeft hij. We vertrekken naar zijn appartement.
De B van Big
De plassen zijn alweer opgedroogd, diesel dampt door de straten. Victor is in kostuum. Hij komt net van zijn stage, een advocatenkantoor met 400 werknemers. Hij stelt voor de metro te nemen, maar vertelt er meteen bij dat hij wel een eigen auto heeft. ‘Maar het verkeer in deze stad is een hel. Ik gebruik hem enkel om met vrienden naar het winkelcentrum te gaan, mijn Volkswagen Fox 2011 1.6. Een cadeautje van mijn pa.’
Victors vader is een bouwondernemer in Fortaleza, 3.000 kilometer ten noorden van São Paulo. ‘Een achtergestelde regio die zich snel zal ontwikkelen. Er vestigen zich steeds meer bedrijven, en die hebben goede advocaten nodig. Binnen tien jaar heb ik er mijn eigen kantoor: mijn manier om iets terug te doen voor de regio. De markt in São Paulo is toch verzadigd.’
Als we zijn appartement naderen, in het financiële centrum, vraagt hij me bezorgd naar de toestand in Europa. Hij is niet de eerste die denkt dat het hele continent op straat staat te schreeuwen voor een boterham. De financieel-economische crisis is redelijk geruisloos aan de Brazilianen voorbijgegaan. Victor is daar best trots op: ‘We kunnen heus wel wat hebben op dit moment in de geschiedenis. Van alle BRIC-landen staan wij er het beste voor.’
Het kan aan hun optimistische geest liggen, maar voor zowat alle Brazilianen die ik spreek, staat Brazilië niet voor niets vooraan in de afkorting van ‘The big four’. Meest gehoord: ‘Brazilië heeft een grote voorsprong op de andere BRICs op het vlak van democratie.’ Ook vaak vermeld: ‘De BRIC-landen zijn grote afzetmarkten. Kijken hoe we straks kunnen samenwerken.’
Victor stelt me voor aan een vrouw die hij zijn secretaresse noemt. Het blijkt een empregada, een meid. We zien haar koken, wassen en schoonmaken voor Victor en zijn twee huisgenoten. ‘Veel meer dan een ei bakken, kunnen we niet’, zegt hij lachend. Zijn maten zijn er niet. Op hun bedden liggen stapels onuitgepakte cursussen. Een van hen heeft anderhalve meter flatscreen tegen de muur hangen. ‘Die jongen staat al wat verder dan ik,’ legt Victor uit. Maar hij ziet het minstens even groot.
Maria Tonelli van FGV-EAESP glimlacht om zoveel zelfvertrouwen. ‘Deze generatie heeft de recessie en mega-inflatie van de jaren tachtig niet meegemaakt. Sommige jongeren denken dat de wereld is ontstaan op het moment dat ze werden geboren. Ze moeten nog leren alles een beetje in perspectief te zien.’
In een immer uitdeinende stad met 11 miljoen inwoners, de tweede helikoptervloot ter wereld en het zesde grootste bruto nationaal product ter wereld is dat niet evident. Zeker niet voor de hoogvliegers van deze snelle generatie. In het land van de toekomst is morgen vandaag.
_
Dit artikel kadert in een vierdelige reeks waarin De Tijd gesprekken met de Gouden Generatie in de vier BRIC-landen aangaat. Lees ook de bijdrages van mijn collega's over Rusland, India en China.
woensdag 12 januari 2011
Brief aan de warme bakker

Beste bakker,
Ik wil je bedanken. Je was de eerste bakker die me welkom heette in deze stad. Wat was ze heet he. Je zweette. Middenstander om den brode brak je het ijs als medestander: je vroeg of ik vegetariër was. Ik keek vanachter twee tassen vol prei en bladgroen hoe je dat wist.
Toen zei je serieus, dat je later ook vegetariër wilde worden want geef toe dat was toch zielig voor de dieren. Je gaf me een plastic zakje maar dat hoefde niet en een hand. Een bakkershand als een zoet broodje. Welkom.
Dank u, bakker, dat was warm.
Hamster Rave
maandag 3 januari 2011
Tijdschuivers

Foto ucumari
- Zwembroek inpakken
- Aanschuiven
- Bus op
- File
- Bus af
- Aanschuiven
- Medische controle op zwammen en schurft
- Zwammen noch schurft
- Aanschuiven
- Bewijs medische controle voorleggen
- Inkomkaartje krijgen
- Aanschuiven
- Inkomkaartje betalen met gepast geld want geen wisselgeld
- Aanschuiven
- Ticketje tonen aan badmeester
- Nummer krijgen
- Zwembroek uitpakken
- Zwemmen
vrijdag 31 december 2010
Argentijnse midlifers met maar één cd
(laat de video lopen en lees verder)
Honderd jaar geleden, toen kinderen hun ouders nog in dezelfde kamer hoorden vrijen, toen de buren nog een ei kwamen vragen en en passant omelet bleven eten, toen de deuren van de kerken niet eens gesloten konden worden, toen er nog geen dubbel glas en lamellen bestonden, moest ook het woord 'privacy' nog uitgevonden worden. Noemde je iemand voyeur, dan zette die grote ogen op.
Mijn huis is honderd jaar geleden gebouwd. Er op gebouwd om binnen te kijken, af te luisteren en mee te ruiken. Om bespied, geluistervinkt en besnuffeld te worden.
Zes vensters van mijn appartement geven uit op een gedeelde binnenplaats. Ik zie soortgelijke appartementen boven, onder, links en rechts van het mijne. Hoest er dus een buurman in de richting van de patio, dan hoor je of hij groene of witte slijmen heeft. Telefoneert er een buurvrouw, dan hoor je haar vriendin roddelen aan de andere kant van de lijn. Sterft er een poes, huilt de blok mee.
Allemaal altijd overal, goed en wel. Ik sta daar voor open. Eén en al oor. Samen uit, samen thuis. Maar de overonderbuurman (een verdiep lager, andere kant van de patio) en de overonderbuurvrouw gaan erover.
Die Argentijnse midlifers hebben namelijk een moderne geluidsinstallatie, met afstandsbediening en druk vormgegeven boxen, maar slechts één cd. Naar de titel is het raden, dat kan ik hiervandaan niet zien. Maar het moet 'Women of the nineties' zijn. Of 'Strongest voices on earth'. Nummer twee is hun favoriet: 'One of us'.
Op het moment van schrijven staat dat nummer voor de achtste (!) keer op. Ik loop de ene muur op en de andere af. Er zinken verschillende zenuwen in mij. Ik word krank! Net op het moment dat ik mijn geloof in de mensheid, samen met een zware cactus van ons balkon wil smijten, zwaait mijn buurvrouw naar me en zie ik haar lippen: 'What if God was one of us?'
(zet de video af en nooit meer aan)
zaterdag 11 december 2010
La cucaracha

Foto J. Rangel
Al vier heb ik er gepakt. Voelsprieten vermorzeld, poten gebroken, buik opengereten, pantser gekraakt. Ik ben een beest. In deze oorlog zonder wetten gelden alle wapens. Bottinnes en bezems. Hysterisch gekres - zie ze schichtig worden. Die klootzakken sprayen hun eitjes in het rond, wist je dat? Ze ritselen als guerrilleros, hit-and-go. Zelfs een luchtaanval, geschampt op mijn schouder. Ik loop al lang niet meer op blote voeten. Als een kip zonder kop, met vel. 'k Laat alle lichten branden, dat brandt in hun ogen. Ze grijnzen me toe vanuit hun laffe schuilplaatsen. 't Zijn dinosaurussen. Die beesten overleven de mens. Ik zing van 's ochtends tot 's avonds: La cucaracha, la cucaracha, ya no puede caminar. Post traumatic stress disorder. Vietnam is er een gezellig uitje bij.
woensdag 24 november 2010
Evi Gr.

Foto eMaringolo
Dankzij Evi. Flink beginnen lopen in Buenos Eiers. Et c'est parti en andere muziek waar je snel mee wegkomt. In blokken van honderd meter tjokken. Een damspel uitjoggen. De stad vol afval en afvalligen. Uitlaatgassen, kakkerlakkarkassen. Honderden hondendrollen. Overal. Overvallen worden - of je dat non-stop lopen in te beelden. Druipen van de diesel en glinsteren als neon. Zweten ten voete uit. Ruiken naar gruyère. Evi Gr. ik zien a geire.
zondag 17 oktober 2010
Scheef oog
Appartementenzoektocht.
Patserige paleizen, fletse flats en krottige kruipkoten.
Ook een met een plafond van 1m75 dat me met een scheef oog naar de immobiliënverkoper deed kijken.
Patserige paleizen, fletse flats en krottige kruipkoten.
Ook een met een plafond van 1m75 dat me met een scheef oog naar de immobiliënverkoper deed kijken.
donderdag 23 september 2010
Merci om trager te vrijen

De campagne Antwerpen zegt merci wordt een succes genoemd met "meer dan 10.000 uithangborden in de stad".
Jammer genoeg laat ze niet meer creativiteit toe dan het toevoegen van je eigen naam.
Dat kan beter. Download het bestand via http://www.antwerpenzegtmerci.be/#/afdrukken, en pas beeld en tekst aan in Illustrator of iets dergelijks. Plak jouw affiche op fotomuur van de Facebookgroep.
De campagne stopt op 30 september, daarna kom je het originele ontwerp maar onderaan deze post halen. Geen dank!

Big Bang Big Boom
Big Bang Big Boom is de nieuwe animatie van graffitikunstenaar Blu. Tien minuten van een ongekende creativiteit, pure waanzin!
Abonneren op:
Posts (Atom)